Terms and Conditions

Note: Our General Terms and Conditions are delivered as PDF files. You need Adobe Reader to read these files, and you can download it here.

The Explect B.V. General Terms and Conditions, supplemented by the Dutch Forwarding Conditions (Nederlandse Expeditievoorwaarden), including arbitration clause, apply to all our services, insofar as not otherwise provided. Any other terms and conditions are excluded. In regard of any transportation, we shall only act as freight forwarder and not as carrier, unless expressly agreed otherwise in writing. The Dutch Warehousing Conditions (Nederlandse Opslagvoorwaarden), including arbitration clause, applies to all elements of agreements relating storage. The latest version of all above-mentioned conditions shall apply. Dutch law applies. The applicable terms and conditions have been provided to you before or upon entering the agreement and will be sent to you free of charge upon request. You can also read and download them below:

1 Toepasselijkheid:
1.1 Op alle werkzaamheden van Explect B.V ., groepsmaatschappijen en gelieerde entiteiten (hierna ieder
voor zich en gezamenlijk ook aangeduid als “Explect B.V ”) zijn van toepassing:
(a) De Logistieke Services Voorwaarden (laatste versie, inclusief arbitrage clausule), zoals
gedeponeerd door TLN en FENEX bij de rechtbank Rotterdam (hierna aangeduid als de “LSV”),
alsmede
(b) In aanvulling op de LSV: deze algemene voorwaarden (hierna aangeduid als de “Explect
B.V Algemene Voorwaarden.
1.2 De LSV en de Explect B.V Algemene Voorwaarden kunnen worden ingezien en gedownload
op www.explect.com en zullen tevens op eerste verzoek kosteloos toegezonden worden. In geval
van tegenspraak tussen de Explect B.V Algemene Voorwaarden en de LSV hebben de LSV voorrang.
1.3 Alle Explect B.V & ook groepsmaatschappijen en gelieerde entiteiten hebben de LSV en de Explect B.V
Algemene Voorwaarden als derdenbeding te harer gunste aanvaard.
1.4 Iedere Explect B.V entiteit is gerechtigd de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan
een gelieerde Explect B.V entiteit. In dat geval worden de werkzaamheden van laatstgenoemde
verricht namens eerstgenoemde entiteit. De gelieerde Explect B.V entiteit is gerechtigd zich te
beroepen op de LSV en de Explect B.V Algemene Voorwaarden.
De Explect B.V entiteit die de oorspronkelijke overeenkomst aanging, blijft partij bij die
overeenkomst, ook indien de gelieerde Explect B.V entiteit de werkzaamheden rechtstreeks aan de
opdrachtgever in rekening brengt. In dat geval zal de Explect B.V entiteit die de oorspronkelijke
overeenkomst aanging, mede schuldeiser van deze rekeningen zijn voor het gehele bedrag, samen met de
gelieerde Explect B.V entiteit die de werkzaamheden in rekening bracht, ongeacht welke Explect B.V
entiteit de zaken onder zich heeft.
1.5 Indien eenmaal onder toepasselijkheid van de Explect B.V Algemene Voorwaarden is gecontracteerd, zijn
de Explect B.V Algemene Voorwaarden ook van toepassing op toekomstige door Explect B.V af te
geven offertes en opdrachtbevestigingen en toekomstige overeenkomsten met Explect B.V . De Explect
B.V Algemene Voorwaarden worden alsdan geacht tussen partijen bekend en geaccepteerd te zijn.
1.6 Wanneer Explect B.V in een voorkomend geval geen beroep doet op hetgeen in de Explect B.V
Algemene Voorwaarden is bepaald, betekent dit niet dat Explect B.V daarmee afstand heeft gedaan
van haar recht om zich in andere gevallen wel op het bepaalde in de Explect B.V Algemene Voorwaarden
te beroepen.
1.7 De toepasselijkheid van enige algemene (inkoop-)voorwaarden van de opdrachtgever of een partij die
toetreedt tot de tussen Explect B.V en de opdrachtgever gesloten overeenkomst wordt uitdrukkelijk
van de hand gewezen, ook al worden deze genoemd in de aan Explect B.V verstrekte opdracht.
1.8 Door het geven van een opdracht aan Explect B.V gaat de opdrachtgever akkoord met
toepasselijkheid van de Explect B.V Voorwaarden.
1.9 In het geval het een overeenkomst van vervoer over de weg betreft, treedt Explect B.V voor het gehele
vervoerstraject op als vervoerder. In het geval het een overeenkomst van vervoer over de zee, door de
lucht of per spoor betreft, treedt Explect B.V voor het gehele vervoerstraject op als expediteur,
ook indien het vervoer daarbij (feitelijk) gedeeltelijk over de weg geschiedt. In dat geval zijn de Nederlandse
Expeditie voorwaarden van toepassing zoals bepaald in art. 2 lid 4 van de LSV.
2 Algemene condities:
2.1 De prijzen zijn gebaseerd op de huidige wisselkoersen, tarieven en arbeidsvoorwaarden en zijn, indien van
toepassing, exclusief B.T.W.
2.2 Afronding gewichten / volume: Tot 1000 kg op 10 kg naar boven, boven 1000 kg op 100 kg naar boven,
afronden m3 op 1 cijfer achter de komma naar boven.
2.3 Omrekeningsfactoren indien van toepassing:
Europese Distributie: 1 m3 = 330 kg, 1 laadmeter = 1750 kg, 1 europallet (80 x 120 cm) = 700 kg, 1
blokpallet (100 x 120 cm) = 875 kg (indien niet stapelbaar en / of er niets bovenop geladen kan / mag
worden);
Bij vervoer “over zee” en “door de lucht” gelden andere maat / wicht verhoudingen: Zeevracht: 1 m3 = 1000
kg / Luchtvracht: 1 m3 = 167 kg.
Bij een collo langer dan 3 meter kan een lengtetoeslag van toepassing zijn.
Algemene Voorwaarden
2.4 Alle goederen dienen deugdelijk verpakt te zijn. Het transport van onvoldoende of niet verpakte goederen
geschiedt geheel voor eigen risico.
2.5 Het laad- en of losadres moet bereikbaar zijn met de internationale vrachtauto (13.6 m trailer) voor
zendingen boven 1000 kg. Indien er een laadklep nodig is, kan er een toeslag gelden.
2.6 Dieselolietoeslag: het transport kan onderhevig zijn aan een dieselolietoeslag. Indien dit het geval is, zal
deze separaat worden vastgelegd.
2.7 Tijdens vakantie- en feestdagen periodes kunnen de vertrekmogelijkheden worden aangepast.
3 Betalingscondities:
3.1 Betaling van de facturen dient te geschieden binnen 2 weken na factuurdatum voor wegtransport,
tenzij anders schriftelijk overeengekomen. In verband met voor te schieten accijns, rechten bij invoer,
en B.T.W. is er een kortere betalingstermijn van toepassing een directe betaling is hierbij van
toepassing. ,indien anders overeengekomen zal deze separaat worden vastgelegd voor wegtransport.
Betaling van de facturen dient te geschieden voor aankomst van het schip / vliegtuig / trein tenzij
anders schriftelijk overeengekomen. In verband met voor te schieten accijns, rechten bij invoer, en
B.T.W. is er een kortere Betalingstermijn van toepassing een directe betaling is hierbij van
toepassing.
3.2 Voorschotprovisie: 2% over voor te schieten accijns, rechten bij invoer, B.T.W. en zee- en luchtvracht, tenzij
anders overeengekomen.
3.3 Rembours: Rembourszendingen kunnen uitsluitend afgeleverd worden tegen contante betaling en / of
bank- gegarandeerde cheques en / of een onherroepelijk bankbetalingsbewijs.
3.4 Remboursprovisie: 1 % van de factuurwaarde met een minimum van € 12,00 per zending en een
maximum van € 50,00 per zending. Dit is exclusief eventuele kosten, die ontstaan door weigering.
3.5 Reclames: Alleen reclames ingediend binnen 5 dagen na ontvangst van de factuur, kunnen in behandeling
worden genomen.
4 Overige condities:
4.1 Gevaarlijke stoffen: De verlader / afzender / aanbieder van gevaarlijke stoffen is altijd verantwoordelijk voor
de juiste etikettering, verpakking, het vervoersdocument, de afzenderverklaring, MSDS en de gevarenkaart,
één en ander in de voorgeschreven talen. Er is een gevarentoeslag van toepassing op de vrachtkosten
afhankelijk van de gekozen route / bestemming.
4.2 Verzekering: De tarieven zijn altijd exclusief transportverzekering. Alleen op schriftelijk verzoek kan een
transportverzekering voor u afgesloten worden. Buiten de verzekeringpremie zullen dan ook
administratiekosten in rekening gebracht worden. Eventuele poliskosten volgens opgave.
4.3 Speciale instructies / eisen: Indien speciale instructies over bijvoorbeeld afleveringsdatum, -tijd en / of
inklaringen aan de orde zijn, dienen deze schriftelijk kenbaar gemaakt te worden voor aanvang van het
transport. Hiervoor kan een toeslag berekend worden. Deze zal separaat met u worden overeengekomen
en vastgelegd.
Op verzoek wordt een officieel afleverbewijs voorzien van handtekening voor ontvangst toegestuurd.
Kosten voor toezending van een officieel afleverbewijs met handtekening voor ontvangst bedragen € 15,00
per bewijs. Let op: het niet kunnen overleggen van een afgetekend aflever-/ontvangstbewijs is geen
rechtsgeldige reden om de vrachtkosten niet te voldoen.
4.4 Opmaken douanedocumenten / aanzuivering: De opdrachtgever, blijft te allen tijde aansprakelijk voor de
aanzuivering van douanedocumenten, respectievelijk voor de juiste opgave van haar producten en
bijbehorende goederencode, ongeacht de verkoopcondities. Zodra Explect B.V een bericht ontvangt van de
bevoegde autoriteiten dat een navordering plaatsvindt, respectievelijk aanzuivering niet heeft
plaatsgevonden, is Explect B.V genoodzaakt om actie te ondernemen. Hiervoor zal de
opdrachtgever eenmalige administratiekosten ad € 75,00 per zaak berekend worden, exclusief alle
gemeenschappelijke rechten, eventueel ontstane boetes en de manuren.
4.5 Europallets (EUR) ruilen: Indien europallets geruild dienen worden, zal dit schriftelijk kenbaar gemaakt
moeten worden bij de opdrachtbevestiging. Dit moet echter wel afgestemd worden met de planner van het
desbetreffende land. Hiervoor kan een toeslag gelden.
4.6 Douanescan / fysieke controle / CNI (Controle Na Invoer) : Alle kosten die voortvloeien uit onder andere de
douanescan, fysieke controle en/of CNI, worden doorbelast aan de opdrachtgever.
Algemene Voorwaarden
4.7 Wachturen / wachttijden op containerterminals: Wachturen voor FTL / FCL: 2 uur vrij voor laden, 2 uur vrij
voor lossen. Groupage zendingen: pro rata. Voor wachttijden op containerterminals geldt 1 uur vrij. Daarna
wordt er € 60.00 per uur of gedeelte daarvan in rekening gebracht met een maximum van 12 uur per dag.
4.8 Foutvracht: Bij annulering voor transportaanvang van de zending behoudt Explect B.V zich het recht
voor om 75% van de oorspronkelijke vrachtkosten in rekening te brengen.
4.9 Gasmeting: De gasmeting van containers wordt uitgevoerd volgens de voorschriften van de
arbeidsinspectie en is voor rekening en risico van de opdrachtgever

DEFINITIONS
– Carriage means the whole or any part of the operations and services of whatsoever
nature undertaken by or performed by or on behalf of the Carrier in relation to the Goods
covered by this bill of lading including but not limited to the loading, transport,
unloading, storage, warehousing and handling of the goods.
– Carrier means Explect BV on whose behalf this bill of lading has been signed.
– Charges includes freight, demurrage and all expenses and monetary obligations,
including but not limited to duties, taxes and dues, incurred by the Carrier and
payable by the Merchant.
– COGSA means the Carriage of Goods by Sea Act of the United States of America
approved on 16th April 1936.
– Combined Transport arises where a port is indicated as the Place of Receipt and/or the
Place of Delivery on the face of this bill of lading in the relevant spaces.
– Consignee means the party named as Consignee on the face of this bill of lading in the
relevant space.
– Consolidation includes stuffing, packing, loading or securing of Goods on or within
Containers and Consolidate shall be construed accordingly.
– Container includes any container (including but not limited to open top containers),
trailer, transportable tank, platform, lift van, flat, pallet or any similar article of transport
used to consolidate goods and any ancillary equipment.
– Goods means the whole or any part of the cargo received by the Carrier from the
Shipper and includes any packing and any equipment or Container not supplied by or on
behalf of the Carrier (but excludes any Container supplied by or on behalf of the Carrier).
– Hague Rules means the provisions of the International Convention for Unification of
certain Rules relating to bills of lading signed at Brussels on 25th August 1924.
– Hague-Visby Rules means the Hague Rules as amended by the Protocol signed at
Brussels on 23rd February 1968. (It is expressly provided that nothing in this bill of lading
shall be construed as contractually applying the Hague-Visby Rules).
– Holder means any Person for the time being in lawful possession of, or lawfully
entitled to possession of, this bill of lading to or in whom rights of suit and/or liability
under this bill of lading have been lawfully transferred or vested.
– Indemnify includes defend, indemnify and hold harmless, including in respect of
legal fees and costs, whether or not the obligation to indemnify arises out of
negligent or non-negligent acts or omissions of the Carrier, his servants, agents or
Sub-Contractors.
– Merchant includes the Shipper, the Consignee, the receiver of the Goods, the Holder of
this bill of lading, any Person owning or lawfully entitled to the possession of the Goods
or this bill of lading, any Person acting on behalf of any of the above mentioned Persons.
– Package where a Container is loaded with more than one package or unit, the packages
or other shipping units enumerated on the face of this bill of lading as packed in such
Container and entered in the box on the face hereof entitled “Total number of Containers
or Packages received by the Carrier” are each deemed a Package.
– Person includes an individual, corporation or other legal entity.
– Port to Port Shipment arises if the Carriage is not Combined Transport.
– Sub-Contractor includes, but is not limited to, owners, charterers and operators of
Vessels (other than the Carrier), stevedores, terminal and/or groupage operators,
road, rail and air transport operators, warehousemen, longshoremen,customs
inspection stations, port authorities, pilots and any independent contractor employed by
the Carrier in performance of the Carriage and any direct or indirect
sub-contractors, servants or agents thereof, whether in direct contractual privity with the
Carrier or not.
– Terminal Operators means any persons who provide port storage or handling services.
– Terms and Conditions means all terms, rights, defences, provisions, conditions,
exceptions, limitations and liberties herein
– Vessel means any waterborne craft used in the Carriage under this bill of lading
including but not limited to a feeder vessel or ocean vessel.
2 CARRIER’S TARIFF
The provisions of the Carrier’s applicable tariff, if any, are incorporated herein. Particular
attention is drawn to the provisions therein, if any, relating to free storage time and to
container and vehicle demurrage. Copies of such provisions are obtainable from the Carrier
or his agents upon request or, where applicable, from a government body with whom the
tariff has been filed. In the case of inconsistency between this bill of lading and the
applicable tariff, this bill of lading shall prevail.
3 WARRANTY
The Merchant warrants that in agreeing to the Terms and Conditions hereof he is or is the
agent of and has the authority of the Person owning or entitled to the possession of the
Goods and this bill of lading or any Person who has a present or future interest in the Goods
and this bill of lading.
4 NEGOTIABILITY AND TITLE TO THE GOODS
(1) This bill of lading shall be non-negotiable unless made out “to order” in which event it
shall be negotiable and shall constitute title to the Goods and the Holder shall be entitled
to receive or to transfer the Goods herein described.
(2) This bill of lading shall be prima facie evidence of the taking in charge by the Carrier of
the Goods as herein described. However proof to the contrary shall not be admissible
when this bill of lading has been negotiated or transferred for valuable consideration to a
third party acting in good faith.
5 CERTAIN RIGHTS AND IMMUNITIES FOR THE CARRIER AND OTHER PERSONS
(1) The Carrier shall be entitled to sub-contract on any terms whatsoever the whole or any
part of the Carriage.
(2) The Merchant undertakes that no claim or allegation shall be made against any Person
or Vessel whatsoever, other than the Carrier, including, but not limited to, the Carrier’s
servants or agents, any independent contractor and his servants or agents, and all
others by whom the whole or any part of the Carriage, whether directly or indirectly, is
procured, performed or undertaken, which imposes or attempts to impose upon any
such Person or Vessel any liability whatsoever in connection with the Goods or the
Carriage of the Goods, whether or not arising in contract, bailment, tort, negligence,
breach of express or implied warranty or otherwise; and if any claim or allegation should
nevertheless be made to Indemnify the Carrier against all consequences thereof. Without
prejudice to the foregoing every such Person and Vessel shall have the benefit of all provisions herein benefiting the Carrier including clause 20 hereof, the jurisdiction and law
clause, as if such Terms and Conditions (including Clause 20 hereof) were expressly for his
benefit and in entering into this contract the Carrier, to the extent of these provisions, does
so not only on his own behalf but also as agent or trustee for such Persons and Vessels
and such Persons and Vessels shall to this extent be or be deemed to be parties to this
contract. Without prejudice to the generality of the foregoing, if the Carriage is Port to Port,
Terminal Operators shall have the benefit of all provisions herein benefiting the Carrier,
including the exceptions and limitations set out in clause 6(1) and 6(3) hereof, in relation to
any port storage or handling services provided whether before loading or after discharge
and regardless of whether the Carrier’s responsibility for the Goods has yet to commence
or has ceased.
(3) The Merchant shall Indemnify the Carrier against any claim or liability (and any
expense arising therefrom) arising from the Carriage of the Goods insofar as such claim
or liability exceeds the Carrier’s liability under this bill of lading.
(4) The defences and limits of liability provided for in this bill of lading shall apply in any
action against the Carrier whether the action be found in contract, bailment, tort, breach
of express or implied warranty or otherwise.
6 CARRIER’S RESPONSIBILITY
(1) PORT TO PORT SHIPMENT
(A) Where the Carriage is Port to Port, then the liability (if any) of the Carrier for loss or
damage to the Goods occurring between the time of loading at the Port of Loading and
the time of discharge at the Port of Delivery shall be determined in accordance with any
national law making the Hague Rules, Hague-Visby Rules, COGSA or any other rules
compulsorily applicable to this bill of lading or in any other case in accordance with the
Hague Rules Article 1-8 inclusive (excluding Article 3 rule 8) only.
(B) The Carrier shall be under no liability whatsoever for loss or damage to the Goods while in
its actual or constructive possession before loading or after discharge, howsoever caused.
Notwithstanding the foregoing, in case and to the extent that any applicable compulsory
law provides to the contrary, the Carrier shall have the benefit of every right, defence, limitation and liberty in the Hague Rules, Hague-Visby Rules, COGSA or any other rules as
applied by Clause 6(1)(A) during such additional compulsory period of responsibility,
notwithstanding that the loss or damage did not occur at sea.
(C)If COGSA applies then the provisions stated in COGSA shall govern the Carrier’s
liability throughout the Carriage by sea and the entire time that the Goods are in the actual custody of the Carrier or his Sub-Contractor at the container yard, freight
station or area immediately adjacent to the sea terminal before loading onto the vessel or
after discharge therefrom as the case may be. Where the Merchant requests the Carrier
to procure Carriage by an inland Carrier in the United States of America, such carriage
shall be procured by the Carrier as agent only to the Merchant and such carriage shall be
subject to the inland Carrier’s contract tariff. If, for any reason, the Carrier is denied the
right to act as agent only at these times, his liability for loss, damage or delay to the
Goods shall be determined in accordance with Clause 6(2) hereof.
(D)If the Goods are discharged at a Port other than the Port of Discharge or (save in the United
States of America) at a Place of Delivery instead of the Port of Discharge, and the Carrier in
its absolute discretion agrees to a request to such effect, such further Carriage will be
undertaken on the basis that the Terms and Conditions are to apply to such Carriage as if
the ultimate destination agreed with the Merchant had been entered on the reverse side of
this bill of lading as the Port of Discharge or Place of Delivery.
(2) COMBINED TRANSPORT
Save as is otherwise provided in this bill of lading, the Carrier shall be liable for loss or
damage to the Goods occurring from the time when he receives the Goods into his charge
until the time of delivery to the extent set out below:
(A) Where the stage of Carriage where the loss or damage occurred cannot be proved by
the Merchant:
(1) The Carrier shall be relieved from liability where such loss or damage was caused by:
(a) an act or omission of the Merchant or Person acting on behalf of the Merchant
other than the Carrier, his servant, agent or Sub-Contractor;
(b) compliance with the instructions of a Person entitled to give them;
(c) the lack or insufficiency of or defective condition of packing in the case of
Goods which, by their nature are liable to wastage or to be damaged when
not packed or when not properly packed;
(d) handling, loading, stowage or unloading of the Goods by or on behalf of the
Merchant;
(e) inherent vice of the Goods;
(f) strikes or lock outs or stoppages or restraints of labour from whatsoever
causes whether partial or general;
(g) fire, unless caused by the actual fault or privity of the Carrier; for which the
Merchant shall have the burden of proof,
(h) a nuclear incident;
(i) any cause or event which the Carrier could not avoid as a consequence
whereof he could not prevent by the exercise of reasonable diligence.
(2)The burden of proof that the loss or damage was due to one or more of the
causes or events specified in this Clause 6(2)(A) will rest upon the Carrier. Save that if
the Carrier establishes that, in the circumstances of the case, the loss or damage
could be attributed to one or more of the causes or events specified in Clause
6(2)(A)(1)(c), (d) or (e), it shall be presumed that it was so caused. The Merchant shall,
however, be entitled to prove that the loss or damage was not, in fact, caused either
wholly or partly by one or more of these causes or events.
(B) Where the stage of Carriage where the loss or damage occurred can be proved by the
Merchant:
(1)The liability of the Carrier shall be determined by the provisions contained in any international convention or national law of the country, which provisions:
(a) Cannot be departed from by private contract to the detriment of the Merchant, and
(b) Would have applied if the Merchant had made a separate and direct contract with
the Carrier in respect of the particular stage of Carriage where the loss or damage
occurred and had received as evidence thereof any particular document which
must be issued in order to make such international convention or national law
applicable.
(2)Where 6(2)(b)(1) above does not apply, any liability of the Carrier shall be determined
by 6(1) if the loss or damage occurred during a sea leg or by 6(2)(A) in all
other cases.
(3) GENERAL PROVISIONS
(A) Compensation
Subject to the Carrier’s right to limit liability as provided for within this bill of lading, the
Carrier’s liability shall be calculated by reference to the FOB/FCA invoice value plus
freight and insurance if paid. If there is no such invoice value, the value of the Goods
shall be determined according to the value of the Goods at the place and
time of delivery to the Merchant or at the place and time when they should have been so
delivered.
(B) Package or Shipping Unit Limitation
(i) Where the Hague Rules, Hague-Visby rules, COGSA or any other rules apply
under this Bill of Lading by national law or pursuant to Clause 6(2)(B)(1) the Carrier’s
liability shall in no event exceed the amounts provided in the applicable national law
or in the law thereby made applicable.
(ii) If only the Hague Rules Articles 1-8 (excluding Article 3, Rule 8) apply pursuant to
Clause 6(1)(A), Clause 6 (1)(B) or Clause 6(2)(B)(2) then the Carrier’s liability shall in no
event exceed US$500 per package or unit.
(iii)Where Carriage includes Carriage to, from or through a port in the United States of
America and COGSA applies pursuant to Clause 6(1)(A) or 6(2)(B)(1) neither the
Carrier nor the Vessel shall in any event be liable for any loss or damage to or in
conection with the Carriage of the Goods in an amount exceeding US$500 per
Package or customary freight unit.
(iv)In all other cases compensation shall not exceed the limitation of liability of US$2.00
per kilo of gross weight of the Goods lost, damaged or in respect of which the claim
arises.
(C)Ad Valorem: Declared Value of Package or Shipping Unit
The Carrier’s liability may be increased to a higher value by a declaration in writing of the
value of the Goods by the shipper upon delivery to the Carrier of the Goods for
shipment, such higher value being inserted on the front of this bill of lading in the space
provided and, if required by the Carrier, extra freight paid. In such case, if the actual
value of the Goods shall exceed such declared value, the value shall nevertheless be
deemed to be the declared value and the Carrier’s liability, if any, shall not exceed the
declared value and any partial loss or damage shall be adjusted pro rata on the basis of
such declared value.
(D)Delay, Consequential Loss
Save as otherwise provided herein, the Carrier shall in no circumstances be liable for
direct, indirect or consequential loss or damage caused by delay or any other cause
whatsoever and howsoever caused. Without prejudice to the foregoing, if the Carrier is
found liable for delay, liability shall be limited to the freight applicable to the relevant
stage of the transport.
(E) Notice of Loss or Damage
The Carrier shall be deemed prima facie to have delivered the Goods as described in this
bill of lading unless notice of loss of, or damage to, the Goods, indicating the
general nature of such lost or damage, shall have been given in writing to the Carrier or to
his representative at the place of delivery before or at the time of removal of the Goods
into the custody of the person entitled to delivery thereof under this bill of lading or, if the
loss or damage is not apparent, within three consecutive days thereafter.
(F) Time-bar
The Carrier shall be discharged of all liability whatsoever in respect of the Goods
unless suit it brought in the proper forum and written notice thereof received by the
Carrier: (i) within nine months in respect of Combined Transport or (ii) within 12 months in
respect of Port-to-Port Shipment after delivery of the Goods or the date when the Goods
should have been delivered. In the event that such time period shall be found contrary to
any convention or law compulsorily applicable, the period prescribed by such convention or law shall then apply but in that circumstance only.
(G) Goods requiring special arrangements
Subject to the other provisions of clause 6, except under special arrangements previously made in writing the carrier will not accept or deal with bullion, coins, precious stones,
precious metals, jewelry, valuables, antiques, pictures, IMO 1, IMO 7, IMO sub-label 1 or
7, weapons and/or ammunition, cigarettes, tobacco, lithium batteries, beverages with
an alcohol percentage higher than 8%, human remains, livestock or plants. Should the
Merchant nevertheless deliver such Goods to the Carrier or cause the Carrier to
handle or deal with any such Goods otherwise than under special arrangements
previously made in writing the Carrier shall incur no liability whatsoever in respect of
such Goods, and in particular, shall incur no liability in respect of its negligent acts
or omissions in respect of such Goods.
7 MERCHANTS RESPONSIBILITY
(1) The description and particulars of the Goods set out on the face hereof are furnished by
the Merchant and the Merchant warrants to the Carrier that the description and particulars including, but not limited to, weight, content, measure, quantity, quality, condition,
marks, numbers and value are correct.
(2) The Merchant shall comply with all applicable laws, regulations and requirements (including but not limited to any imposed at any time before or during the Carriage relating to
anti-terrorism measures) of customs, port and other authorities and shall bear and pay
all duties, taxes, fines, imposts, expenses and losses (including without prejudice to the
generality of the foregoing, freight for any additional Carriage undertaken) incurred or
suffered by reason thereof or by reason of any illegal, incorrect or insufficient marking,
numbering or addressing of the Goods.
(3) The Merchant undertakes that the Goods are packed in a manner adequate to withstand
the ordinary risks of Carriage having regard to their nature and in compliance with all
laws, regulations and requirements which may be applicable.
(4) No Goods which are or may become dangerous (whether or not so listed in codes),
inflammable, damaging, injurious (including radioactive materials), noxious or which are
or may become liabIe to damage any property or Person whatsoever shall be tendered
to the Carrier for Carriage without:
(a) the Carrier’s express consent in writing and
(b)the Container and/or other covering in which the Goods are to be transported and/or
the Goods themselves being distinctly marked on the outside so as to
indicate the nature and character of any such Goods and so as to comply with all
applicable laws, regulations and/or requirements.
If any such Goods are delivered to the Carrier without such written consent and/or
marking or if in the opinion of the Carrier the Goods are or are liable to become of a dangerous, inflammable and/or damaging nature, the same may at any time be unloaded,
destroyed, disposed of, abandoned, or rendered harmless without compensation to the
Merchant and without prejudice to the Carrier’s right to Charges.
(5) The Merchant shall be liable for the loss, damage, contamination, soiling, detention or
demurrage before, during and after the Carriage of property (including, but not
limited to, Containers) of the Carrier or any person or Vessel (other than the Merchant)
referred to in Clause 5(2) above caused by the Merchant or any person acting on his
behalf or for which the Merchant is otherwise responsible.
(6) The Merchant shall Indemnify the Carrier against any loss, damage, claim, liability or
expense whatsoever arising from any breach of the provisions of this clause 7 or
from any cause in connection with the Goods for which the Carrier is not responsible.
8 CONTAINERS
(1) Goods may be Consolidated by the Carrier in or on Containers and Goods may be
Consolidated with other Goods.
(2) The terms of this bill of lading shall govern the responsibility of the Carrier in connection with
or arising out of the supply of a Container to the Merchant, whether supplied
before or after the Goods are received by the Carrier or delivered to the Merchant.
(3) If a container has been Consolidated by or on behalf of the Merchant:
(A) the Carrier shall not be liable for loss of or damage to the Goods:
(i) caused by the manner in which the Container has been stuffed;
(ii) caused by the unsuitability of the Goods for carriage in Container actually used;
(iii) caused by the unsuitability or defective condition of the Container actually used
provided that where the Container has been supplied by or on behalf of the
Carrier, this paragraph (iii) shall only apply if the unsuitability or defective condition
would have been apparent upon reasonable inspection by the Merchant at or prior
to the time when the Container was stuffed;
(iv)if the Container is not sealed at the commencement of the Carriage except where
the Carrier has agreed to seal the Container.
(B)the Merchant shall Indemnify the Carrier against any loss, damage, claim, liability or
expense whatsoever arising from one or more of the matters covered by Clause
8(3)(A) above.
(4) Where the Carrier is instructed to provide a Container, in the absence of a written
request to the contrary accepted by the Carrier, the Carrier is not under an obligation to
provide a Container of any particular type or quality.
9 TEMPERATURE CONTROLLED CARGO
(1) The Merchant undertakes not to tender for Carriage any Goods which require
temperature control without previously giving written notice (and filling in the box on the
front of this bill of lading if this bill of lading has been prepared by the Merchant or a
person acting on his behalf) of their nature and particular temperature range to be maintained and in the case of a temperature controlled Container Consolidated by or on
behalf of the Merchant further undertakes that the Container has been properly precooled, that the Goods have been properly Consolidated in the Container and that its
thermostatic controls have been properly set by the Merchant before receipt of the
Goods by the Carrier.
(2) If the above requirements are not complied with the Carrier shall not be liable for any
loss of or damage to the Goods caused by such non-compliance.
(3) The Carrier shall not be liable for any loss of or damage to the Goods arising from
defects, derangement, breakdown, stoppage of: the temperature controlling machinery,
plant, insulation or any apparatus of the Container, provided that the Carrier shall before
or at the beginning of the Carriage exercise due diligence to maintain the refrigerated
Container in an efficient state.
10 INSPECTION OF GOODS
The Carrier or any Person authorised by the Carrier shall be entitled, but under no
obligation, to open and/or scan any Container or package at any time and to inspect the
contents. If it appears at any time that the Goods cannot safely or properly be
carried, or carried further, either at all or without incurring any additional expense or
taking measures in relation to the Container or Goods, the Carrier may without notice to the
Merchant (but as his agent only) take any measures and/or incur any reasonable
additional expense to carry or continue the Carriage thereof, and/or to sell or dispose of the
Goods and/or to abandon the Carriage and/or to store the Goods ashore or afloat, under
cover or in the open, at any place, whichever the Carrier in his absolute discretion considers
most appropriate, which sale, disposal, abandonment or storage shall be deemed to constitute due delivery under this bill of lading. The Merchant shall Indemnify the Carrier against
any reasonable additional expense so incurred. The Carrier in exercising the liberties
contained in this clause shall not be under any obligation to take any particular measures
and shall not be liable for any loss, delay or damage howsoever arising from any action or
lack of action under this clause.
11 METHODS AND ROUTE OF TRANSPORTATION
(1) The Carrier may at any time and without notice to the Merchant:
(a) use any means of transport or storage whatsoever;
(b)load or carry the Goods on any Vessel whether named on the front hereof or not;
(c) transfer the Goods from one conveyance to another including transshipping or
carrying the same on a Vessel other than the Vessel named on the front hereof or by
any other means of transport whatsoever and even though transhipment of forwarding of the Goods may not have been contemplated or provided for herein;
(d)at any place unpack and remove Goods which have been stuffed in or on a Container
and forward the same in any manner whatsoever;
(e) proceed at any speed and by any route in his discretion (whether or not the
nearest or most direct or customary or advertised route) and proceed to or stay at any
place whatsoever once or more often and in any order;
(f) load or unload the Goods from any conveyance at any place (whether or not the place
is a port named on the front hereof as the intended Port of Loading or
intended Port of Discharge);
(g)comply with any orders or recommendations given by any government or
authority or any Person or body acting or purporting to act as or on behalf of such
government or authority or having under the terms of the insurance on the
conveyance employed by the Carrier the right to give orders or directions;
(h)permit the Vessel to proceed with or without pilots, to tow or be towed or to be drydocked;
(j) permit the Vessel to carry livestock, Goods of all kinds, dangerous or otherwise,
contraband, explosives, munitions or warlike stores and sail armed or unarmed.
(2) The liberties set out in Clause 11(1) above may be invoked by the Carrier for any
purposes whatsoever whether or not connected with the Carriage of the Goods,
including but not limited to loading or unloading the goods, bunkering, undergoing
repairs, adjusting instruments, picking up or landing any Persons, including but not limited to Persons involved with the operation or maintenance of the Vessel and assisting
Vessels in all situations. Anything done in accordance with Clause 11(1) above or any
delay arising therefrom shall be deemed to be within the contractual Carriage and shall
not be a deviation of whatsoever nature or degree.
12 DECK CARGO AND LIVESTOCK
(1) Goods of any description whether containerised or not may be stowed on or under deck
without notice to the Merchant unless on the front of this bill of lading it is
specifically stipulated the Containers or Goods will be carried under deck and such stowage shall not be a deviation of whatsoever nature or degree. If carried on deck, the
Carrier shall not be required to note, mark or stamp the bill of lading carried on deck, the
Carrier shall not be required to note, mark or stamp on the bill of lading any statement of
such on deck carriage Subject to Clause 13(2) below, such Goods whether carried on
deck or under deck shall participate in General Average and such Goods (other than livestock) shall be deemed to be within the definition of Goods for the purposes of the
Hague Rules or any legislation making such rules COGSA or the Hague-Visby Rules
compulsorily applicable to this bill of lading.
(2) Goods (not being Goods stuffed in or on Containers other than open flats or pallets)
which are stated on the front of this bill of lading to be carried on deck and which are so
carried (and livestock, whether or not carried on deck) are carried without responsibility
on the part of the Carrier for loss or damage of whatsoever nature arising
during carriage by sea or inland waterway whether caused by unseaworthiness or negligence or any other cause whatsoever. The Merchant shall Indemnify the Carrier against
all and any extra cost incurred for any reason whatsoever in connection with carriage of
livestock.
13 DELIVERY OF THE GOODS
(1) If at any time the Carriage is or is likely to be affected by any hindrance, risk, delay, difficulty or disadvantage of any kind (including the condition of the Goods), whensoever
and howsoever arising (whether or not the Carriage has commenced) the Carrier may:
(A)without notice to the Merchant abandon the Carriage of the Goods and where
reasonably possible place the Goods or any part of them at the Merchant’s
disposal at any place which the Carrier may deem safe and convenient, where-upon
delivery shall be deemed to have been made and the responsibility of the Carrier in
respect of such Goods shall cease;
(B)without prejudice to the Carrier’s right subsequently to abandon the Carriage
under Clause 13(1)(A) above, continue the Carriage.
In any event the Carrier shall be entitled to full Charges on Goods received for Carriage
and the Merchant shall pay any additional costs resulting from the above mentioned circumstances.
(2) The liability of the Carrier in respect of the Goods shall cease on the delivery or other disposition of the Goods in accordance with the orders or recommendations given by any
government or authority or any Person acting or purporting to act as or on behalf of such
government or authority. This shall amount to due delivery to the Merchant.
(3) Any mention herein of parties to be notified of the arrival of the Goods is solely for
information of the Carrier, and failure to give such notification shall not involve the Carrier
in any liability nor relieve the Merchant of any obligation thereunder.
(4) If delivery of the Goods or any part thereof is not taken by the Merchant at the time and
place when and where the Carrier is entitled to call upon the Merchant to take delivery
thereof, the Carrier shall be entitled and without prejudice to any other rights that he may
have against the Merchant without notice to remove from a Container the Goods or that
part thereof if Consolidated in or on a Container and to store the Goods or that part thereof ashore, afloat, in the open or under cover at the sole risk and expense of the
Merchant and the costs of such storage (if paid or payable by the Carrier or any agent or
Sub-Contractor of the Carrier) shall forthwith upon demand be paid by the Merchant to
the Carrier. Such storage shall constitute due delivery hereunder, and thereupon the liability of the Carrier in respect of the Goods or that part thereof shall cease.
14 BOTH-TO-BLAME COLLISION
If the Vessel on which the Goods are carried (the carrying Vessel) comes into collision with
any other Vessel or object (the non-carrying Vessel or object) as a result of the negligence
of the non-carrying Vessel or object or the owner of, charterer of or Person responsible for
the non-carrying Vessel or object, the Merchant undertakes to Indemnify the Carrier against
all claims by or liability to (and any expense arising therefrom) any Vessel or Person in
respect of any loss of, or damage to, or any claim whatsoever of the Merchant paid or payable to the Merchant by the non-carrying Vessel or object or the owner of, charterer of or
Person responsible for the non-carrying vessel or object and set-off, recouped or recovered
by such Vessel, object or Person(s) against the Carrier, the carrying Vessel or her owners or
charterers.
15 GENERAL AVERAGE
(1) The Carrier may declare General Average which shall be adjustable according to the
York/Antwerp Rules of 1974 at any place at the option of the Carrier and the Amended
Jason Clause as approved by BIMCO is to be considered as incorporated herein and the
Merchant shall provide such security as may be required by the Carrier in this connection.
(2) Notwithstanding (1) above, the Merchant shall Indemnify the Carrier in respect of any
claim (and any expense arising therefrom) of a General Average nature which may be
made on the Carrier and shall provide such security as may be required by the Carrier in
this connection.
(3) The Carrier shall be under no obligation to take any steps whatsoever to collect
security for General Average contributions due to the Merchant.
16 CHARGES
(1) Charges shall be deemed fully earned on receipt of the Goods by the Carrier and shall be
paid and non-returnable in any event.
(2) The Charges have been calculated on the basis of particulars furnished by or on
behalf of the Merchant. The Carrier shall be entitled to production of the commercial
invoice for the Goods or true copy thereof and to inspect, reweigh, remeasure and
revalue the Goods and if the particulars are found by the Carrier to be incorrect the
Merchant shall pay the Carrier the correct Charges (credit being given for the Charges charged) and the costs incurred by the Carrier in establishing the correct particulars.
(3) All Charges shall be paid without any set-off, counter-claim, deduction or stay of execution.
(4) Despite the acceptance by the Carrier of instructions to collect freight, charges or other
expenses from any other person in respect of the transport under this bill of
lading, the Merchant shall remain responsible for such monies on receipt of evidence of
demand and the absence of payment for whatever reason.
17 LIEN
The Carrier shall have a lien on Goods and any documents relating thereto for all sums
whatsoever due at any time to the Carrier under this contract and for General Average contributions to whomsoever due. The Carrier shall also have a lien against the Merchant on the
Goods and any documents relating thereto for all sums due from the Merchant to the
Carrier under any other contract. The Carrier may exercise his lien at any time and at any
place in his sole discretion, whether the contractual Carriage is completed or not. In any
event any lien shall (a) survive the delivery of the Goods and (b) extend to cover the cost of
recovering any sums due and for that purpose the Carrier shall have the right to sell the
Goods and documents by public auction or private treaty, without notice to the Merchant
and at the Merchant’s expense and without any liability towards the Merchant.
18 VARIATION OF THE CONTRACT
No servant or agent of the Carrier shall have power to waive or vary any of the terms hereof
unless such waiver or variation is in writing and is specifically authorised or
ratified in writing by a director or officer of the Carrier who has the actual authority of the
Carrier to waive or vary.
19 PARTIAL INVALIDITY
If any provision in this bill of lading is held to be invalid or unenforceable by any Court or
regulatory or self regulatory agency or body, such invalidity or unenforceability shall attach
only to such provision. The validity of the remaining provisions shall not be affected thereby
and this bill of lading contract shall be carried out as if such invalid or unenforceable
provision were not contained herein.
20 JURISDICTION AND LAW
This bill of lading shall be governed by and construed in accordance with the law of the
Netherlands to the exclusion of the courts of any other country and all disputes arising
hereunder shall be determined by one arbitrator, in accordance with TAMARA or Stichting
Arbitrage Logistiek Arbitration Rules.

the carriage involves an ultimate destination or stop in a country other than the country of departure, the Montreal Convention or the Warsaw Convention may be applicable to the liability of the Carrier in respect of loss of, damage or delay to cargo.  Carrier’s limitation of liability in accordance with those Conventions shall be as set forth in subparagraph 4 unless a higher value is declared.

CONDITIONS OF CONTRACT

Hide1.
In this contract and the Notices appearing hereon:

CARRIER includes the air carrier issuing this air waybill and all carriers that carry or undertake to carry the cargo or perform any other services related to such carriage.

SPECIAL DRAWING RIGHT (SDR) is a Special Drawing Right as defined by the International Monetary Fund.

WARSAW CONVENTION means whichever of the following instruments is applicable to the contract of carriage:

the Convention for the Unification of Certain Rules Relating to International Carriage by Air, signed at Warsaw, 12 October 1929;

that Convention as amended at The Hague on 28 September 1955;

that Convention as amended at The Hague 1955 and by Montreal Protocol No. 1, 2, or 4 (1975) as the case may be.

MONTREAL CONVENTION means the Convention for the Unification of Certain Rules for International Carriage by Air, done at Montreal on 28 May 1999.

Hide2.
2.1 Carriage is subject to the rules relating to liability established by the Warsaw Convention or the Montreal Convention  unless such carriage is not “international carriage” as defined by the applicable Conventions.

2.2    To the extent not in conflict with the foregoing, carriage and other related services performed by each Carrier are subject to:

2.2.1    applicable laws and government regulations;

2.2.2  provisions contained in the air waybill, Carrier’s conditions of carriage and related rules, regulations, and timetables (but not the times of departure and arrival stated therein)  and applicable tariffs of such Carrier, which are made part hereof, and which may be inspected at any airports or other cargo sales offices from which it operates regular services.  When carriage is to/from the USA, the shipper and the consignee are entitled, upon request, to receive a free copy of the Carrier’s conditions of carriage.  The Carrier’s conditions of carriage include, but are not limited to:

2.2.2.1    limits on the Carrier’s liability for loss, damage or delay of goods, including fragile or perishable goods;

2.2.2.2    claims restrictions, including time periods within which shippers or consignees must file a claim or bring an action against the Carrier for its acts or omissions, or those of its agents;

2.2.2.3    rights, if any, of the Carrier to change the terms of the contract;

2.2.2.4    rules about Carrier’s right to refuse to carry;

2.2.2.5    rights of the Carrier and limitations concerning delay or failure to perform service, including schedule changes, substitution of alternate Carrier or aircraft and rerouting.

Hide3.
The agreed stopping places (which may be altered by Carrier in case of necessity) are those places, except the place of departure and place of destination, set forth on the face hereof or shown in Carrier’s timetables as scheduled stopping places for the route.  Carriage to be performed hereunder by several successive Carriers is regarded as a single operation.
Hide4.
For carriage to which the Montreal Convention does not appy, Carrier’s liability limitation for cargo lost, damaged or delayed shall be 19 SDRs per kilogram unless a greater per kilogram monetary limit is provided in any applicable Convention or in Carrier’s tariffs or general conditions of carriage.
Hide5.
5.1 Except when the Carrier has extended credit to the consignee without the written consent of the shipper, the shipper guarantees payment of all charges for the carriage due in accordance with Carrier’s tariff, conditions of carriage and related regulations, applicable laws (including national  laws implementing the Warsaw Convention and the Montreal Convention), government regulations, orders and requirements.

5.2    When no part of the consignment is delivered, a claim with respect to such consignment will be considered even though transportation charges thereon are unpaid.

Hide6.
6.1 For cargo accepted for carriage, the Warsaw Convention and the Montreal Convention permit shipper to increase the limitation of liability by declaring a higher value for carriage and paying a supplemental charge if required.

6.2    In carriage to which neither the Warsaw Convention nor the Montreal Convention applies Carrier shall, in accordance with the procedures set forth in its general conditions of carriage and applicable tariffs, permit shipper to increase the limitation of liability by declaring a higher value for carriage and paying a supplemental charge if so required.

Hide7.
7.1In cases of loss of, damage or delay to part of the cargo, the weight to be taken into account in determining Carrier’s limit of liability shall be only the weight of the package or packages concerned.

7.2    Notwithstanding any other provisions, for “foreign air transportation” as defined by the U.S. Transportation Code:

7.2.1    in the case of loss of, damage or delay to a shipment, the weight to be used in determining Carrier’s limit of liability shall be the weight which is used to determine the charge for carriage of such shipment; and

7.2.2    in the case of loss of, damage or delay to a part of a shipment, the shipment  weight in 7.2.1 shall be prorated to the packages covered by the same air waybill whose value is affected by the loss, damage or delay.  The weight applicable in the case of loss or damage to one or more articles in a package shall be the weight of the entire package.

Hide8.
Any exclusion or limitation of liability applicable to Carrier shall apply to Carrier’s agents, employees, and representatives and to any person whose aircraft or equipment is used by Carrier for carriage and such person’s agents, employees and representatives.
Hide9.
Carrier undertakes to complete the carriage with reasonable dispatch.  Where permitted by applicable laws, tariffs and government regulations, Carrier may use alternative carriers, aircraft or modes of transport without notice but with due regard to the interests of the shipper.  Carrier is authorised by the shipper to select the routing and all intermediate stopping places that it deems appropriate or to change or deviate from the routing shown on the face hereof.
Hide10.
Receipt by the person entitled to delivery of the cargo without complaint shall be prima facie evidence that the cargo has been delivered in good condition and in accordance with the contract of carriage.

10.1    In the case of loss of, damage or delay to cargo a written complaint must be made to Carrier by the person entitled to delivery.  Such complaint must be made:

10.1.1    in the case of damage to the cargo, immediately after discovery of the damage and at the latest within 14 days from the date of receipt of the cargo;

10.1.2   in the case of delay, within 21 days from the date on which the cargo was placed at the disposal of the person entitled to delivery.

10.1.3    in the case of non-delivery of the cargo, within 120 days from the date of issue of the air waybill, or if an air waybill has not been issued, within 120 days from the date of receipt of the cargo for transportation by the Carrier.

10.2     Such complaint may be made to the Carrier whose air waybill was used, or to the first Carrier or to the last Carrier or to the Carrier, which performed the carriage during which the loss, damage or delay took place.

10.3    Unless a written complaint is made within the time limits specified in 10.1 no action may be brought against Carrier.

10.4    Any rights to damages against Carrier shall be extinguished unless an action is brought within two years from the date of arrival at the destination, or from the date on which the aircraft ought to have arrived, or from the date on which the carriage stopped.

Hide11.
Shipper shall comply with all applicable laws and government regulations of any country to or from which the cargo may be carried, including those relating to the packing, carriage or delivery of the cargo, and shall furnish such information and attach such documents to the air waybill as may be necessary to comply with such laws and regulations.  Carrier is not liable to shipper and shipper shall indemnify Carrier for loss or expense due to shipper’s failure to comply with this provision.
Hide12.
No agent, employee or representative of Carrier has authority to alter, modify or waive any provisions of this contract.

NEDERLANDSE EXPEDITIEVOORWAARDEN
INHOUDSOPGAVE
Definities…………………………………………………………………………………………………………………. 3
Definities…………………………………………………………………………………………………… 3
Werkingssfeer ………………………………………………………………………………………………………….. 3
Werkingssfeer……………………………………………………………………………………………. 3
Derden……………………………………………………………………………………………………… 4
Tot stand komen van de overeenkomst…………………………………………………………………………. 4
Totstandkoming Overeenkomst…………………………………………………………………… 4
Douanewerkzaamheden……………………………………………………………………………… 4
Vergoedingen en overige kosten ………………………………………………………………………………….. 4
Vergoedingen ……………………………………………………………………………………………. 4
Verzekering ……………………………………………………………………………………………………………… 5
Verzekering……………………………………………………………………………………………….. 5
Uitvoering van de overeenkomst …………………………………………………………………………………. 6
Aflevertijd, wijze van verzending en route…………………………………………………….. 6
Aanvang van de Diensten……………………………………………………………………………. 6
Behandeling van Zaken……………………………………………………………………………….. 6
Aansprakelijkheid……………………………………………………………………………………………………… 7
Aansprakelijkheid ………………………………………………………………………………………. 7
Overmacht………………………………………………………………………………………………… 8
Weigering vervoerders……………………………………………………………………………….. 8
Dwingend recht………………………………………………………………………………………………………… 9
Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen ……………………………………. 9
Betaling…………………………………………………………………………………………………………………… 9
Betalingsvoorwaarden………………………………………………………………………………… 9
Toerekening betalingen en rechtelijke- buitengerechtelijke kosten ……………….. 10
Zekerheden……………………………………………………………………………………………… 10
Slotbepalingen ……………………………………………………………………………………………………….. 11
Beëindiging van de Overeenkomst……………………………………………………………… 11
Procedures tegen derden………………………………………………………………………….. 12
Verjaring en verval……………………………………………………………………………………. 12
Rechtskeuze…………………………………………………………………………………………….. 13
Citeertitel………………………………………………………………………………………………… 13
Geschillen………………………………………………………………………………………………………………. 13
Arbitrage…………………………………………………………………………………………………. 13
Definities
Definities
In deze Voorwaarden wordt verstaan onder:
1. Derde(n): al diegenen, niet zijnde ondergeschikten, waarmee de Expediteur zich ten behoeve
van de Opdrachtgever heeft verbonden, ongeacht of Expediteur zich op eigen naam of op
naam van Opdrachtgever heeft verbonden;
2. Diensten: alle handelingen en werkzaamheden, in welke vorm en hoegenaamd ook die
Expediteur voor of ten behoeve van Opdrachtgever verricht;
3. Expediteur: de natuurlijke of rechtspersoon die Diensten voor Opdrachtgever verricht en die
gebruik maakt van deze Voorwaarden, onder welke persoon niet uitsluitend wordt verstaan
de expediteur als bedoeld in Boek 8 BW;
4. Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die opdracht tot het verrichten van
Diensten aan de Expediteur geeft en daartoe met deze de Overeenkomst sluit, ongeacht de
overeengekomen wijze van betaling;
5. Overeenkomst: de door de Expediteur en Opdrachtgever gesloten overeenkomst met
betrekking tot de door de Expediteur uit te voeren Diensten, waar deze Voorwaarden deel van
uitmaken;
6. Overmacht: alle omstandigheden die de Expediteur redelijkerwijze niet heeft kunnen
vermijden en waarvan de Expediteur de gevolgen redelijkerwijze niet heeft kunnen
verhinderen;
7. Voorwaarden: deze Nederlandse Expeditievoorwaarden.
8. Za(a)k(en): de ter zake van de uitvoering van de Overeenkomst aan de Expediteur, diens
hulppersoon of Derden door of namens Opdrachtgever ter beschikking te stellen of gestelde
zaken.
Werkingssfeer
Werkingssfeer
1. Deze Voorwaarden beheersen alle aanbiedingen, overeenkomsten, rechts- en feitelijke
handelingen met betrekking tot de te verrichten Diensten door de Expediteur, voor zover deze
niet zijn onderworpen aan dwingend recht. Op de rechtsverhouding tussen partijen zijn, ook
nadat de Overeenkomst is geëindigd, deze Voorwaarden van toepassing.
2. Voor zover enige bepaling in deze Voorwaarden nietig of anderszins niet afdwingbaar is, tast
dat de geldigheid van de overige bepalingen in deze Voorwaarden niet aan. Voorts zal geldend
geacht worden een zodanig beding dat, wettelijk geoorloofd, de strekking van het
(ver)nietig(d)e beding het meest nabij komt.
Derden
De Opdrachtgever laat aan de Expediteur de vrije hand om ter uitvoering van de Overeenkomst Derden
in te schakelen en de (algemene) voorwaarden van die Derden voor rekening en risico van
Opdrachtgever te aanvaarden, tenzij met de Opdrachtgever anders is overeengekomen. Expediteur is
verplicht om op verzoek van Opdrachtgever (een kopie van) de (algemene) voorwaarden waaronder
hij met die Derden heeft gecontracteerd aan Opdrachtgever te overhandigen.
Tot stand komen van de overeenkomst
Totstandkoming Overeenkomst
1. Alle door de Expediteur gedane aanbiedingen zijn vrijblijvend.
2. Overeenkomsten, alsmede wijzigingen en aanvullingen daarop, komen pas tot stand indien en
voor zover Expediteur deze schriftelijk heeft bevestigd of Expediteur met de uitvoering van de
Diensten is aangevangen.
Douanewerkzaamheden
Douanewerkzaamheden
1. Het aan de Expediteur verstrekken van gegevens, die redelijkerwijze worden verstrekt voor
het verrichten van douaneformaliteiten, houdt opdracht daartoe in, tenzij schriftelijk anders
is overeengekomen.
2. Deze opdracht wordt door Expediteur aanvaard door middel van een uitdrukkelijke
schriftelijke bevestiging of doordat de Expediteur aanvangt met de uitvoering van de
douaneformaliteiten. Expediteur is nooit verplicht een opdracht tot het verrichten van
douaneformaliteiten te aanvaarden.
3. Indien Expediteur bekend raakt met gegevens of omstandigheden waaruit kan worden
afgeleid dat Opdrachtgever niet voldaan heeft aan artikel 9 lid 3 van deze Voorwaarden
(onjuiste en / of onvolledige gegevens en / of documenten ter beschikking heeft gesteld) en
op basis waarvan Expediteur de opdracht tot het verrichten van douaneformaliteiten niet zou
hebben aanvaard, is Expediteur te allen tijde gerechtigd deze opdracht, al dan niet vastgelegd
in een aanvullende overeenkomst en/of machtiging, zonder verplichting tot
schadevergoeding, te beëindigen en niet (verder) uit te voeren.
Vergoedingen en overige kosten
Vergoedingen
1. Prijsopgaven worden steeds gedaan op basis van de op het tijdstip van het aanbod (offerte)
geldende prijzen. Indien tussen het moment van het aanbod en het moment van de uitvoering
van de Overeenkomst één of meer kostprijsfactoren (waaronder onder meer zijn te verstaan
tarieven, lonen, kosten van sociale maatregelen en/of wetten, vracht- en koersnoteringen etc.)
een verhoging ondergaan, is Expediteur gerechtigd deze verhoging aan Opdrachtgever in
rekening te brengen. De Expediteur dient de wijzigingen te kunnen aantonen.
2. Indien door de expediteur all-in tarieven of forfaitaire (gefixeerde) tarieven worden berekend,
moeten in deze tarieven worden beschouwd te zijn begrepen alle kosten die in het algemeen
bij normale afwikkeling van de opdracht voor rekening van de Expediteur komen.
3. Tenzij het tegendeel is bedongen, zijn in all-in tarieven en in forfaitaire (gefixeerde) tarieven
in ieder geval niet begrepen: rechten, belastingen en heffingen, consulaats- en
legalisatiekosten, kosten voor het opmaken van bankgaranties en verzekeringspremies.
4. In geval van omstandigheden die van dien aard zijn dat bij het tot stand komen van de
Overeenkomst geen rekening behoefde te worden gehouden met de kans dat zij zich zouden
voordoen, die de Expediteur niet kunnen worden toegerekend en die de kosten van de
uitvoering van de Diensten aanzienlijk verhogen, heeft de Expediteur aanspraak op bijbetaling.
Waar mogelijk pleegt de Expediteur voorafgaand overleg met de Opdrachtgever. Alsdan zal de
bijbetaling bestaan uit de extra kosten die de Expediteur heeft moeten maken teneinde de
prestatie te verrichten vermeerderd met een extra naar billijkheid vast te stellen vergoeding
voor de door de Expediteur te verrichten prestaties.
5. Buitengewone onkosten en hogere arbeidslonen, die ontstaan wanneer Derden krachtens
enige bepaling in de desbetreffende overeenkomsten tussen Expediteur en Derden gedurende
de avond, de nacht, op zaterdagen of op zon- of feestdagen in het land waar de Dienst wordt
verricht, tot laden of lossen overgaan, zijn niet in de overeengekomen prijzen begrepen, tenzij
zulks afzonderlijk is bedongen. Zulke kosten moeten dientengevolge door de Opdrachtgever
aan de Expediteur worden vergoed.
6. Tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de Expediteur, komen bij
onvoldoende laad- en /of lostijd alle daaruit voortvloeiende kosten, zoals overliggelden,
wachtkosten enz. voor rekening van de Opdrachtgever, ook dan wanneer de Expediteur het
cognossement en/of de charterpartij, waaruit de extra kosten voortvloeien, zonder protest
heeft aangenomen. De Expediteur dient zich in te spannen om de kosten te voorkomen.
Verzekering
Verzekering
1. Verzekering van welke aard ook wordt slechts voor rekening en risico van de Opdrachtgever
afgesloten na aanvaarding door de Expediteur van de uitdrukkelijke schriftelijke opdracht
van Opdrachtgever, waarin Opdrachtgever de te verzekeren zaken en de te verzekeren
waarde duidelijk specificeert. Opgaaf van de waarde of het belang alleen is niet voldoende.
2. De Expediteur zal de verzekering (doen) onderbrengen bij een verzekeraar /
verzekeringsmakelaar / assurantietussenpersoon. Voor de gegoedheid van de verzekeraar /
verzekeringsmakelaar / assurantietussenpersoon is de Expediteur niet verantwoordelijk
noch aansprakelijk.
3. De Expediteur is, wanneer hij bij de uitvoering van de Diensten gebruik maakt van materialen,
zoals bokken, kranen, vorkheftrucks en andere werktuigen, die niet standaard onder zijn
uitrusting vallen, gerechtigd voor rekening van de Opdrachtgever een verzekering te sluiten,
die de risico’s dekt die voor de Expediteur uit het gebruik van deze werktuigen voortvloeien.
Waar mogelijk pleegt de Expediteur voorafgaand overleg met de Opdrachtgever over het
gebruik van dergelijke materialen. Indien geen tijdig voorafgaand overleg mogelijk is, neemt
de Expediteur de maatregelen die hem het beste voorkomen in het belang van de
Opdrachtgever en informeert de Opdrachtgever daaromtrent.
Uitvoering van de overeenkomst
Aflevertijd, wijze van verzending en route
1. Enkele vermelding door de Opdrachtgever van een tijd van aflevering bindt de Expediteur
niet. Tijden van aankomst zijn geen fatale termijnen en worden door de Expediteur niet
gegarandeerd, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.
2. Indien de Opdrachtgever daaromtrent bij zijn opdracht geen bepaalde voorschriften heeft
gegeven, zijn de wijze van verzending en de route ter keuze van de Expediteur, waarbij deze
steeds de documenten kan aannemen, die bij de ondernemingen, met welke hij ter
uitvoering van de hem gegeven opdracht contracteert, gebruikelijk zijn.
Aanvang van de Diensten
1. De Opdrachtgever is verplicht de Zaken in deugdelijke verpakking op de overeengekomen
plaats, tijd en wijze ter beschikking van de Expediteur of een Derde te stellen.
2. De Opdrachtgever is verplicht de Expediteur omtrent de Zaken alsmede omtrent de
behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen en documenten te verschaffen, waarvan
hij weet of behoort te weten dat zij voor de Expediteur van belang zijn. Indien de Zaken en/of
werkzaamheden onderworpen zijn aan overheidsbepalingen, waaronder begrepen douaneen accijnsbepalingen en belastingvoorschriften, dient de Opdrachtgever tijdig alle
inlichtingen en documenten te verstrekken die voor de Expediteur noodzakelijk zijn om aan
die bepalingen te voldoen.
3. De Opdrachtgever staat er voor in dat de door hem verstrekte gegevens en documenten juist
en volledig zijn en dat alle instructies en ter beschikking gestelde Zaken in overeenstemming
zijn met de wet- en regelgeving. De expediteur is niet gehouden doch wel gerechtigd te
onderzoeken of de hem gedane opgaven juist en volledig zijn.
Behandeling van Zaken
1. Alle manipulaties zoals controleren, bemonsteren, tarreren, tellen, wegen, meten enz. en in
ontvangst nemen onder gerechtelijke expertise geschieden uitsluitend op uitdrukkelijk
voorschrift van de Opdrachtgever en tegen vergoeding van de kosten.
2. Ongeacht het in lid 1 bepaalde is de Expediteur gerechtigd, maar niet verplicht, om op eigen
gezag voor rekening en risico van de Opdrachtgever alle maatregelen te treffen, die hij in het
belang van laatstgenoemde nodig acht. Waar mogelijk overlegt de Expediteur vooraf met de
Opdrachtgever. Indien dit niet mogelijk is, neemt de Expediteur de maatregelen die hem het
beste voorkomen in het belang van de Opdrachtgever en informeert de Opdrachtgever,
zodra dit redelijkerwijze mogelijk is, van de genomen maatregelen en de daaraan verbonden
kosten.
3. De Expediteur is geen deskundige met betrekking tot de Zaken. De Expediteur is daarom niet
aansprakelijk voor enige schade die voortvloeit uit of verband houdt met enige opgave van
de Expediteur met betrekking tot de toestand, aard of kwaliteit van de Zaken of ten aanzien
van overeenstemming van monsters met de Zaken.
Aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid
1. Alle Diensten geschieden voor rekening en risico van de Opdrachtgever.
2. De Expediteur is – onverminderd het bepaalde in artikel 17 – niet aansprakelijk voor enige
schade, tenzij de Opdrachtgever bewijst dat de schade is ontstaan door schuld of nalatigheid
van de Expediteur of diens ondergeschikten.
3. De aansprakelijkheid van de Expediteur is in alle gevallen beperkt tot 10.000 SDR per
gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen met één en dezelfde schade-oorzaak. Met
inachtneming van voornoemde limiet zal in geval van beschadiging, waardevermindering of
verlies van de in de Overeenkomst begrepen Zaken de aansprakelijkheid verder zijn beperkt
tot 4 SDR per kg beschadigd, in waarde verminderd of verloren gegaan brutogewicht.
4. De door de Expediteur te vergoeden schade zal nimmer meer bedragen dan de door de
Opdrachtgever te bewijzen factuurwaarde van de Zaken, bij ontbreken waarvan de door de
Opdrachtgever te bewijzen marktwaarde zal gelden op het moment dat de schade is
ontstaan.
5. De Expediteur is nimmer aansprakelijk voor gederfde winst, gevolgschade en immateriële
schade hoe ook ontstaan.
6. Indien bij de uitvoering van de Overeenkomst schade ontstaat waarvoor de Expediteur niet
aansprakelijk is, dient de Expediteur zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 19
van deze Voorwaarden, in te spannen om de schade van de Opdrachtgever te verhalen op
degene die voor de schade aansprakelijk is. De Expediteur is gerechtigd de daarbij gemaakte
kosten aan de Opdrachtgever in rekening te brengen. Desgevraagd staat de Expediteur zijn
aanspraken op de door hem ter uitvoering van de Overeenkomst ingeschakelde Derden aan
de Opdrachtgever af.
7. De Opdrachtgever is tegenover de Expediteur aansprakelijk voor alle schade – waaronder
maar niet beperkt tot materiële schade, immateriële schade, gevolgschade, boeten,
interesten, alsmede straffen en verbeurdverklaringen, daaronder begrepen gevolgen wegens
niet of niet tijdige aanzuivering van douanedocumenten en aanspraken wegens
productaansprakelijkheid en/of intellectuele eigendomsrechten – die de Expediteur direct
dan wel indirect lijdt ten gevolge van onder meer de niet nakoming door Opdrachtgever van
enige verplichting op grond van de Overeenkomst of op grond van toepasselijke nationale
en/of internationale wet- en regelgeving, ten gevolge van enig voorval dat in de risicosfeer
van Opdrachtgever is gelegen, alsmede ten gevolge van de schuld of nalatigheid in het
algemeen van de Opdrachtgever en/of diens ondergeschikten en/of door hem ingeschakelde
en/of werkzame derden.
8. De Opdrachtgever zal de Expediteur te allen tijde vrijwaren tegen aanspraken van derden,
waaronder begrepen ondergeschikten van zowel de Expediteur als de Opdrachtgever, die
verband houden met of voortvloeien uit de in het vorige lid bedoelde schade.
9. De Expediteur, die niet zelf vervoert, is, ook in geval all-in respectievelijk forfaitaire tarieven
zijn overeengekomen, niet als vervoerder, maar steeds als doen vervoerder volgens titel 2
afdeling 3 van Boek 8 Burgerlijk Wetboek aansprakelijk, waarbij de aansprakelijkheid wordt
beheerst door deze Voorwaarden.
10. Indien de Expediteur door de Opdrachtgever buiten overeenkomst wordt aangesproken ter
zake van bij de uitvoering van de Diensten ontstane schade, dan is de Expediteur niet verder
aansprakelijk dan hij dit zou zijn op grond van de Overeenkomst.
11. Kan de Expediteur ter afwering van zijn aansprakelijkheid voor een gedraging van een Derde
of ondergeschikte aan de Overeenkomst een verweermiddel jegens de Opdrachtgever
ontlenen, dan kan ook een Derde of ondergeschikte, indien zij op grond van deze gedraging
door de Opdrachtgever wordt aangesproken, dit verweermiddel inroepen, als ware ook de
Derde of ondergeschikte zelf partij bij de Overeenkomst.
12. Wordt een Expediteur ter zake van beschadiging of verlies van een Zaak of vertraging in de
aflevering, buiten overeenkomst aangesproken door iemand die geen partij is bij de
Overeenkomst of een door of namens de Expediteur gesloten overeenkomst tot vervoer, dan
is hij tegen deze niet verder aansprakelijk dan hij uit Overeenkomst zou zijn.
Overmacht
1. Ingeval van Overmacht blijft de Overeenkomst van kracht, de verplichtingen van de
Expediteur worden echter voor de duur van de Overmacht opgeschort.
2. Alle extra kosten veroorzaakt door Overmacht, zoals transport- en opslagkosten, pakhuis- of
terreinhuur, overlig- en staangelden, assurantie, uitslag enz., komen ten laste van de
Opdrachtgever en dienen op eerste verzoek van de Expediteur aan deze te worden voldaan.
Weigering vervoerders
1. Indien vervoerders weigeren voor aantal, gewicht enz. te tekenen, is de Expediteur voor de
gevolgen daarvan niet verantwoordelijk.
Dwingend recht
Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen
1. Deze Voorwaarden laten de artikelen 8:61 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW), 8:62 lid 1 en 2 BW,
8:63 lid 1, 2 en 3 BW onverlet.
Betaling
Betalingsvoorwaarden
1. De Opdrachtgever is verplicht de Expediteur de overeengekomen vergoedingen en de andere
uit de Overeenkomst voortvloeiende kosten, vrachten, rechten, enz. bij aanvang van de
Diensten te voldoen, tenzij anders overeengekomen.
2. Het risico van koersschommelingen is voor rekening van de opdrachtgever.
3. De in lid 1 bedoelde bedragen zijn ook verschuldigd indien bij de uitvoering van de
Overeenkomst schade is opgetreden.
4. Indien in afwijking van lid 1 van dit artikel door de Expediteur een krediettermijn wordt
toegepast, is de Expediteur gerechtigd om een kredietbeperkingstoeslag in rekening te
brengen.
5. Bij opzegging of ontbinding van de overeenkomst worden alle vorderingen – ook toekomstige
– van de Expediteur terstond en in hun geheel opeisbaar. In elk geval zullen alle vorderingen
terstond en in hun geheel opeisbaar zijn indien:
– het faillissement van de Opdrachtgever wordt uitgesproken, de Opdrachtgever
surseance van betaling aanvraagt of anderszins de vrije beschikking geheel of voor een
belangrijk deel over zijn vermogen verliest;
– de Opdrachtgever een akkoord aan zijn schuldeisers aanbiedt, in gebreke is met de
nakoming van enige financiële verplichting jegens de Expediteur, ophoudt zijn bedrijf uit
te oefenen of – ingeval van een rechtspersoon maatschap of vennootschap – indien deze
ontbonden wordt.
6. De Opdrachtgever is verplicht om op eerste vordering van de Expediteur zekerheid te stellen
voor hetgeen de Opdrachtgever aan de Expediteur is verschuldigd dan wel wordt
verschuldigd. Deze verplichting bestaat ook, indien de Opdrachtgever zelf in verband met het
verschuldigde reeds zekerheid heeft moeten stellen of heeft gesteld.
7. De Expediteur is niet verplicht uit eigen middelen zekerheid te stellen voor betaling van
vracht, rechten, heffingen, belastingen en/of andere kosten, zo deze mocht worden
verlangd. Alle gevolgen van het niet of niet dadelijk voldoen aan het verzoek van de
expediteur tot een verplichting tot zekerheidstelling komen ten laste van de Opdrachtgever.
Indien de Expediteur uit eigen middelen zekerheid heeft gesteld, is hij gerechtigd van de
Opdrachtgever onverwijlde betaling van het bedrag, waarvoor zekerheid is gesteld, te
vorderen.
Waar mogelijk pleegt Expediteur voorafgaand overleg met de Opdrachtgever. Indien geen
tijdig voorafgaand overleg mogelijk is, neemt Expediteur de maatregelen die hem het beste
voorkomen in het belang van de Opdrachtgever en informeert de Opdrachtgever
daaromtrent
8. De Opdrachtgever is te allen tijde verplicht in verband met de Overeenkomst door enige
overheid in te vorderen dan wel na te vorderen of na te heffen bedragen alsmede daarmee
samenhangende boetes aan de Expediteur te vergoeden.
Voornoemde bedragen dienen eveneens door de opdrachtgever aan de expediteur te
worden vergoed, indien de expediteur in verband met de Overeenkomst voor voornoemde
bedragen door een door hem ingeschakelde derde wordt aangesproken.
9. De Opdrachtgever zal de Expediteur te allen tijde vergoeden de bedragen die als gevolg van
onjuist geheven vrachten en kosten, alsmede alle extra kosten die van de Expediteur in
verband met de opdracht worden gevorderd dan wel nagevorderd.
10. Beroep op verrekening van vorderingen tot betaling van vergoedingen voortvloeiend uit de
Overeenkomst, van het uit anderen hoofde ter zake van de Diensten door de Opdrachtgever
verschuldigde of van verdere op de Zaken drukkende kosten, met vorderingen van de
Opdrachtgever of opschorting van voormelde vorderingen door Opdrachtgever is niet
toegestaan.
Toerekening betalingen en rechtelijke- buitengerechtelijke kosten
1. Betalingen à conto worden geacht in de eerste plaats in mindering op concurrente
vorderingen te zijn geschied.
2. De Expediteur is gerechtigd om buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso van
de vordering aan de Opdrachtgever in rekening te brengen. De buitengerechtelijke
incassokosten zijn verschuldigd vanaf het moment dat de Opdrachtgever in verzuim is en
bedragen 10% van de vordering met een minimum van € 100,-.
Zekerheden
1. De Expediteur heeft het recht de afgifte van Zaken, documenten en gelden, die de Expediteur
uit welke hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, jegens een
ieder te weigeren.
2. De Expediteur heeft een retentierecht op alle Zaken, documenten en gelden die hij uit welke
hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, voor alle vorderingen
die de Expediteur ten laste van de Opdrachtgever en / of de eigenaar van de Zaken heeft of
zal krijgen, ook ten aanzien van vorderingen welke geen betrekking hebben op die Zaken.
3. De Expediteur heeft een pandrecht op alle Zaken, documenten en gelden die de Expediteur
uit welke hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, voor alle
vorderingen die de Expediteur ten laste van de Opdrachtgever en / of de eigenaar van de
Zaken heeft of zal krijgen.
4. De Expediteur zal een ieder die ten behoeve van de Opdrachtgever Zaken aan de Expediteur
toevertrouwt voor het verrichten van Diensten, kunnen beschouwen als door de
Opdrachtgever gevolmachtigd tot het vestigen van een pandrecht op die Zaken.
5. Indien bij afrekening een geschil ontstaat over het verschuldigde bedrag of ter bepaling
daarvan een niet spoedig uit te voeren berekening nodig is, is, naar keuze van de Expediteur,
de Opdrachtgever of hij die aflevering vordert gehouden op verzoek van de Expediteur het
gedeelte over de verschuldigdheid waarvan overeenstemming bestaat terstond te voldoen
en voor de betaling van het betwiste gedeelte of van het gedeelte, waarvan het bedrag nog
niet vaststaat, zekerheid te stellen.
6. De Expediteur kan de in dit artikel genoemde rechten (pandrecht, retentie recht en recht om
afgifte te weigeren) eveneens uitoefenen voor hetgeen hem door de Opdrachtgever nog
verschuldigd is in verband met voorgaande opdrachten en voor hetgeen bij wijze van
rembours op de zaak drukt.
7. Verkoop van enig onderpand geschiedt voor rekening van de Opdrachtgever op de bij de wet
bepaalde wijze of, indien daaromtrent overeenstemming bestaat, onderhands.
8. Op eerste verzoek van de Expediteur zal de Opdrachtgever zekerheid stellen voor door de
Expediteur aan derden of overheden betaalde of te betalen kosten en andere kosten die de
Expediteur maakt of voorziet te zullen maken ten behoeve van de Opdrachtgever, waaronder
onder meer vracht, havenkosten, rechten, belastingen, heffingen en premies.
9. De Expediteur is niet verplicht bij gebreke van documenten vrijwaringen af te geven of
zekerheden te stellen. Indien de Expediteur een vrijwaring heeft afgegeven of zekerheid
heeft gesteld, is zijn Opdrachtgever gehouden hem te vrijwaren tegen alle gevolgen daarvan.
Slotbepalingen
Beëindiging van de Overeenkomst
1. De Expediteur kan de Overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen ingeval de
Opdrachtgever:
– zijn beroep of bedrijf geheel of voor een belangrijk deel staakt;
– de vrije beschikking over zijn vermogen of een belangrijk deel daarvan verliest;
– zijn rechtspersoonlijkheid verliest, wordt ontbonden of feitelijk wordt geliquideerd;
– in staat van faillissement wordt verklaard;
– een akkoord buiten faillissement aanbiedt;
– surseance van betaling aanvraagt;
– de beschikking over zijn goederen of een belangrijk deel daarvan verliest ten gevolge
van beslaglegging.
2. Indien de Expediteur bij voortduring toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van één of
meerdere van haar verplichtingen onder de Overeenkomst kan de Opdrachtgever,
onverminderd zijn recht op vergoeding van geleden schade conform artikel 11, de
Overeenkomst met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk ontbinden, nadat:
– hij de Expediteur door aangetekend schrijven gemotiveerd heeft aangegeven waarin de
Expediteur is tekort geschoten en deze daarbij een termijn van minimaal dertig dagen
voor nakoming heeft gesteld en;
– de Expediteur bij afloop van die termijn nog niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
3. Indien de Opdrachtgever bij voortduring toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van één
of meerdere van zijn verplichtingen onder de Overeenkomst kan de Expediteur
onverminderd haar recht op vergoeding van geleden schade de Overeenkomst met
onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk ontbinden, nadat zij de Opdrachtgever door
aangetekend schrijven een uiterste termijn van minimaal veertien dagen voor nakoming
heeft gesteld en de Opdrachtgever bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichtingen heeft
voldaan. Indien door het stellen van een dergelijke termijn het belang van de Expediteur bij
een ongestoorde exploitatie van zijn bedrijf op onevenredige wijze zou worden geschaad,
kan zij ook zonder inachtneming van een uiterste termijn de Overeenkomst ontbinden.
4. Geen der Partijen kan de Overeenkomst ontbinden indien de tekortkoming, gezien haar
bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
Procedures tegen derden
1. Gerechtelijke en arbitrale procedures tegen derden worden door de Expediteur niet gevoerd,
tenzij deze zich daartoe op verlangen van de Opdrachtgever en voor diens rekening en risico
bereid verklaart.
Verjaring en verval
1. Onverminderd het in lid 5 van dit artikel bepaalde verjaart elke vordering door het enkele
verloop van negen maanden.
2. Elke vordering jegens de Expediteur vervalt door het enkele verloop van 18 maanden.
3. De in de leden 1 en 2 genoemde termijnen, vangen aan op de dag volgende op die waarop
de vordering opeisbaar is geworden, dan wel de dag volgende op die waarop de benadeelde
met de schade bekend is geworden. Onverminderd het hiervoor bepaalde, vangen
voornoemde termijnen voor vorderingen met betrekking tot beschadiging,
waardevermindering of verlies van de zaken aan op de dag volgende op dag waarop de Zaken
door de Expediteur zijn afgeleverd of hadden moeten worden afgeleverd.
4. In het geval de Expediteur door derden, waaronder enige overheid, wordt aangesproken,
vangen de in lid 1 en 2 genoemde termijnen aan vanaf de eerste van de volgende dagen:
 de dag volgende op die waarop de Expediteur door de derde in rechte is aangesproken;
 de dag volgende op die waarop de Expediteur de tot hem gerichte vordering heeft
voldaan.
Indien de Expediteur of een door hem ingeschakelde derde in bezwaar en/of beroep is
gegaan, vangen de in lid 1 en 2 genoemde termijnen aan op de dag volgende op die waarop
de uitspraak in bezwaar en/of beroep definitief is geworden.
5. Tenzij de situatie als bedoeld in lid 4 van dit artikel zich voordoet, begint, indien na de termijn
van verjaring één van de partijen wordt aangesproken voor hetgeen door hem aan een derde
is verschuldigd, een nieuwe termijn van verjaring te lopen die drie maanden beloopt.
Rechtskeuze
1. Alle Overeenkomsten waarop deze Voorwaarden van toepassing zijn, zijn onderworpen aan
Nederlands recht.
2. Als plaats van vereffening en schaderegeling geldt de plaats van vestiging van de Expediteur.
Citeertitel
1. Deze algemene voorwaarden kunnen worden aangehaald als “Nederlandse
Expeditievoorwaarden”.
Geschillen
Arbitrage
1. Alle geschillen, die tussen de Expediteur en zijn wederpartij mochten ontstaan, zullen met
uitsluiting van de gewone rechter in hoogste ressort worden beslist door drie arbiters conform
het FENEX arbitragereglement. Het FENEX arbitragereglement en de actuele tarieven van de
arbitrageprocedure zijn te lezen en downloaden via de FENEX website. Een geschil is aanwezig
wanneer één der partijen verklaart dat dit het geval is.
Onverminderd het in de voorgaande alinea bepaalde staat het de Expediteur vrij vorderingen
van opeisbare geldsommen, waarvan de verschuldigdheid niet door de wederpartij binnen vier
weken na factuurdatum schriftelijk is betwist, voor te leggen aan de bevoegde Nederlandse
rechter in de vestigingsplaats van de Expediteur. Eveneens staat het de expediteur vrij
vorderingen met een spoedeisend karakter in kort geding voor te leggen aan de bevoegde
Nederlandse rechter in de vestigingsplaats van de expediteur.
2. De arbitrage wordt beslecht door drie arbiters, tenzij geen der partijen een verzoek heeft
ingediend om tot benoeming van arbiters over te gaan en partijen gezamenlijk aan het FENEXsecretariaat schriftelijk te kennen geven de arbitrage beslecht wensen te hebben door de door
hen gezamenlijk benoemde arbiter, met als bijlage de schriftelijke verklaring van de door hen
gezamenlijk benoemde arbiter inhoudende zijn/haar aanvaarding van de benoeming en de
werking en geldigheid van het FENEX arbitragereglement.
3. Eén der arbiters wordt benoemd door de Voorzitter respectievelijk Vice-voorzitter van de
FENEX; de tweede wordt benoemd door de Deken der Orde van Advocaten van het
arrondissement waarbinnen vorenbedoelde Expediteur is gevestigd; de derde wordt benoemd
door beide aldus aangewezen arbiters in onderling overleg.
4. De Voorzitter van de FENEX zal een ter zake van expeditie en logistiek deskundig persoon
benoemen; de Deken der Orde van Advocaten zal verzocht worden een ter zake van expeditie
en logistiek deskundige jurist te benoemen; als derde arbiter zal bij voorkeur gekozen moeten
worden een persoon, die deskundig is ter zake van de tak van handel of bedrijf, waarin de
wederpartij van de Expediteur werkzaam is.
FENEX, Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek
PortCityII, Waalhaven Z.z. 19, 3e etage, Havennummer 2235, 3089 JH Rotterdam
Postbus 54200, 3008 JE Rotterdam

© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
1-23
NEDERLANDSE OPSLAGVOORWAARDEN
gedeponeerd door de FENEX,
Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek,
ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam
op 15 november 1995
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden
1.1 Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle rechtsverhoudingen tussen
opslagbedrijven en hun opdrachtgevers ook na de beëindiging van de overeenkomst,
voor zover het betreft de bepalingen vermeld in hoofdstuk I dezer voorwaarden en op
de rechtsverhouding tussen opslagbedrijven en houders van opslagbewijzen, voor
zover het betreft de bepalingen, vermeld in hoofdstuk II dezer voorwaarden, indien in
het opslagbewijs is vermeld, dat deze voorwaarden – aangeduid met de naam
“Nederlandse Opslagvoorwaarden” – van toepassing zijn.
1.2 Op de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opslagbedrijven zijn
uitdrukkelijk niet van toepassing eventuele algemene voorwaarden waarnaar door de
opdrachtgevers op enigerlei wijze mocht worden verwezen of die door deze van
toepassing mochten worden verklaard.
1.3 De opdrachtgever, resp. de houder van het opslagbewijs kan zich niet beroepen op
reglementen of bepalingen voorzover die met deze voorwaarden in strijd zijn.
1.4 Ten aanzien van de handelingen en werkzaamheden, zoals die van expediteurs,
cargadoors, stuwadoors, vervoerders, assurantiebemiddelaars, controlebedrijven
enz. die door het opslagbedrijf worden verricht, zullen mede van toepassing zijn de in
de betrokken bedrijfstak gebruikelijke voorwaarden, onderscheidenlijk de
voorwaarden waarvan de toepasselijkheid is bedongen.
Artikel 2
Definities
In deze voorwaarden wordt bedoeld met:
opslagbedrijf: degene, die – daargelaten de mogelijkheid van ruimere taakstelling –
opdrachten aanvaardt tot opslag, bewaring of aflevering van zaken
(hoofdstuk I) resp. degene, die zaken in bewaring heeft tegenover welke
een door hem afgegeven opslagbewijs in omloop is (hoofdstuk II);
opdrachtgever: degene, die aan het opslagbedrijf een opdracht verstrekt tot opslag of
uitlevering van zaken, resp. degene voor wie zaken door het opslagbedrijf
worden bewaard waarvoor geen opslagbewijs in omloop is;
opslagbewijs: een van het opschrift “opslagbewijs” of synoniem voorzien, genummerd en
rechtsgeldig getekend of gewaarmerkt bewijsstuk, waarin wordt verklaard
dat de houder gerechtigd is de daarin genoemde zaken te ontvangen;
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
2-23
houder van het degene die zich als houder van het opslagbewijs aan het opslagopslagbewijs: bedrijf kenbaar maakt door vertoning van het opslagbewijs of op een
andere voor het opslagbedrijf aanvaardbare wijze;
laatste aan het degene, aan wie het opslagbewijs is afgegeven en vervolgens
opslagbedrijf de houder van het opslagbewijs wiens schriftelijk verzoek aan
bekende houder aan het opslagbedrijf om als zodanig te worden behandeld de
van het jongste datum draagt, echter met dien verstande, dat het opslagopslagbewijs: bedrijf gerechtigd is, doch niet verplicht om een ander als zodanig te
beschouwen indien het reden heeft om aan te nemen, dat deze de laatste
houder van het opslagbewijs is.
Artikel 3
Toepasselijk recht
Alle overeenkomsten tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever worden beheerst door
Nederlands recht en voorzover in deze condities niet anders is bedoeld, zijn de bepalingen
van het burgerlijk recht, betrekking hebbend op bewaargeving, in het algemeen en naar
omstandigheden van toepassing.
Artikel 4
Geschillen
4.1 Alle geschillen, welke tussen het opslagbedrijf en zijn opdrachtgever respectievelijk
de houder van het opslagbewijs mochten ontstaan, zullen met uitsluiting van de
gewone rechter in hoogste ressort worden beslist door drie arbiters. Een geschil is
aanwezig wanneer één der partijen verklaart dat dit het geval is. Onverminderd het in
de voorgaande alinea bepaalde staat het het opslagbedrijf vrij vorderingen van
opeisbare geldsommen waarvan de verschuldigdheid niet door de wederpartij binnen
vier weken na factuurdatum schriftelijk is betwist, voor te leggen aan de gewone
rechter.
4.2 Eén der arbiters wordt benoemd door de Voorzitter van de FENEX; de tweede wordt
benoemd door de Deken der Orde van Advocaten van het arrondissement
waarbinnen vorenbedoeld opslagbedrijf is gevestigd; de derde wordt benoemd door
beide aldus aangewezen arbiters in onderling overleg.
De Voorzitter van de FENEX zal slechts tot benoeming van een arbiter overgaan
indien één der bij het geschil betrokken partijen lid is van de FENEX. Indien eerder
genoemde voorzitter geen arbiter benoemt, zal de benoeming van arbiters
plaatsvinden overeenkomstig het bepaalde in lid 6 van dit artikel.
4.3 De Voorzitter van de FENEX zal een terzake van opslag deskundig persoon
benoemen; de Deken der Orde van Advocaten zal verzocht worden een jurist te
benoemen; als derde arbiter zal bij voorkeur gekozen moeten worden een persoon,
die deskundig is terzake van de tak van handel of bedrijf, waarin de wederpartij van
het opslagbedrijf werkzaam is.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
3-23
4.4 De partij die een beslissing van het geschil verlangt zal hiervan bij aangetekende
brief mededeling doen aan het secretariaat van de FENEX onder korte omschrijving
van het geschil en zijn vordering, alsmede onder gelijktijdige toezending van het door
het bestuur van de FENEX vast te stellen bedrag aan administratiekosten,
verschuldigd als vergoeding voor de administratieve bemoeiingen van de FENEX bij
een arbitrage.
4.5 Na ontvangst van bovengenoemde aangetekende brief zal het secretariaat van de
FENEX ten spoedigste een kopie daarvan zenden aan de wederpartij, aan de
Voorzitter van de FENEX, aan de Deken der Orde van Advocaten, wat de beide
laatsten betreft met het verzoek ieder een arbiter te benoemen en het FENEXsecretariaat naam en woonplaats van de benoemde mede te delen. Na ontvangst
van dit bericht zal het FENEX-secretariaat ten spoedigste de beide aangewezenen
van hun benoeming in kennis stellen onder toezending van een kopie der arbitrageaanvrage en een exemplaar van deze algemene voorwaarden, met verzoek de derde
arbiter te benoemen en het FENEX-secretariaat te berichten, wie als zodanig is
benoemd. Na ontvangst hiervan zal het FENEX-secretariaat ten spoedigste de derde
arbiter van zijn benoeming in kennis stellen onder toezending van een kopie der
arbitrage-aanvrage en een exemplaar van deze algemene voorwaarden. Vervolgens
zal het FENEX-secretariaat beide partijen mededelen wie tot arbiters zijn benoemd.
4.6 Mocht binnen 30 dagen na het indienen der arbitrage-aanvrage de benoeming van
alle drie arbiters niet hebben plaatsgehad, dan zullen alle arbiters op bij eenvoudig
rekest te doen verzoek van de meest gerede partij, worden benoemd door de
President van de Arrondissementsrechtbank binnen wiens ressort het opslagbedrijf
is gevestigd.
4.7 Als Voorzitter van arbiters treedt op de door de Deken benoemde. Indien de
benoeming door de President van de Arrondissementsrechtbank plaatsvindt, stellen
arbiters onderling vast, wie hunner als voorzitter zal fungeren. Arbiters zullen
uitspraak doen als goede mannen naar billijkheid onder gehoudenheid de
toepasselijke dwingendrechtelijke bepalingen, waaronder de bepalingen van
internationale vervoersverdragen, in acht te nemen. Zij bepalen op welke wijze de
arbitrage zal worden behandeld, met dien verstande dat partijen in ieder geval in de
gelegenheid zullen worden gesteld hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en
mondeling toe te lichten.
4.8 De opdracht aan arbiters duurt voort tot aan de eindbeslissing. Hun vonnis zullen zij
deponeren ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank binnen welk arrondissement
de plaats van de arbitrage is gelegen, terwijl zij daarvan kopie zullen toezenden aan
ieder van de partijen en aan het secretariaat van de FENEX. Arbiters kunnen vooraf
van de eisende partij of van beide partijen een depot voor arbitragekosten verlangen;
tijdens de behandeling kunnen zij aanvulling daarvan eisen. Arbiters zullen in hun
vonnis bepalen wie van de beide partijen of voor welk deel ieder van partijen de
arbitragekosten zal hebben te dragen. Hieronder zijn te begrijpen het honorarium en
de verschotten van arbiters, het bij aanvrage aan de FENEX betaalde bedrag aan
administratiekosten, alsmede de door partijen gemaakte kosten, voorzover arbiters
die redelijkerwijze noodzakelijk achten. Het aan arbiters toekomende wordt, voor
zover mogelijk, op het depot verhaald.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
4-23
Artikel 5
Gedeponeerde voorwaarden
5.1 Deze voorwaarden zijn gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te
Rotterdam. Zij worden op verzoek toegezonden.
5.2 Bij verschil tussen de Nederlandse en de in de enige andere taal gestelde tekst van
de Nederlandse Opslagvoorwaarden, is de Nederlandse tekst doorslaggevend.
HOOFDSTUK I
BEPALINGEN BETREFFENDE AANLEVERING, OPSLAG, BEWARING
EN UITLEVERING
Artikel 6
Schriftelijke vastlegging
6.1 Alle overeenkomsten, aandieningen, voorschriften betreffende opslag, bewaring,
behandeling en uitlevering van zaken, moeten schriftelijk worden vastgelegd.
6.2 Door mondelinge of telefonische mededelingen of afspraken wordt het opslagbedrijf
slechts gebonden indien onmiddellijk schriftelijke bevestiging is gevolgd, tenzij anders
is overeengekomen.
Artikel 7
Omschrijving van zaken en verstrekken van inlichtingen
7.1 Aandiening van zaken en voorschriften betreffende opslag, bewaring en behandeling
moeten geschieden, resp. verstrekt worden met vermelding van een juiste en
volledige schriftelijke omschrijving van de zaken, zoals onder andere de waarde, het
aantal colli, het bruto gewicht en voorts alle bijzonderheden welke van dien aard zijn
dat de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten indien
het opslagbedrijf van de ware stand van zaken had kennis gedragen.
7.2 Indien zaken onderworpen zijn aan douane- en accijnsbepalingen of aan
belastingvoorschriften of andere regelgeving van overheidswege, dient de
opdrachtgever tijdig alle inlichtingen en documenten welke in verband hiermede
noodzakelijk zijn te verstrekken teneinde het opslagbedrijf in staat te stellen de
desbetreffende opgave te doen om aan die bepalingen of voorschriften te voldoen.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
5-23
Artikel 8
Tarieven / vergoedingen / belastingen
8.1 Gangbare tarieven en vergoedingen voor werkzaamheden en alle mondeling of
schriftelijke overeenkomsten tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever
betreffende de tarieven en vergoedingen voor werkzaamheden zijn gebaseerd op de
ten tijde van het verstrekken van de opdracht, resp. het tot stand komen van de
overeenkomst geldende arbeidskosten. In geval van verhoging der arbeidskosten
worden de gangbare, resp. de overeengekomen tarieven en vergoedingen daaraan
met onmiddellijke inwerkingtreding aangepast. Het opslagbedrijf is ook gerechtigd tot
aanpassing der tarieven in geval van invoering of verhoging door de overheid van de
op de door het opslagbedrijf verleende diensten drukkende lasten.
8.2 Gangbare en overeengekomen tarieven voor bewaarloon zijn, tenzij nadrukkelijk
anders is overeengekomen, gebaseerd op de voor de betreffende zaken usantiële
wijze van stapeling. Indien op verlangen van de opdrachtgever of in verband met de
toestand van de zaak van de usantiële wijze van stapeling wordt afgeweken, zal een
tariefsverhoging worden toegepast evenredig met de ten opzichte van normale
stapeling ingenomen meerdere vloeroppervlakte.
Artikel 9
Rechten, kosten en belastingen
9.1 Alle vracht, remboursen, belastingen, rechten, bijdragen, heffingen, boeten en/of
andere lasten of kosten, hoe ook genaamd, terzake van de zaken of daarmede
verband houdende, die bij aankomst of achteraf moeten worden betaald, zullen voor
rekening van de opdrachtgever zijn en moeten door de opdrachtgever op eerste
verzoek van het opslagbedrijf al dan niet bij vooruitbetaling worden voldaan c.q.
vergoed, ongeacht of deze zaken nog niet op het terrein aanwezig zijn dan wel dit
inmiddels hebben verlaten.
9.2 Indien het opslagbedrijf het nodig acht om terzake van door de overheid opgelegde
belastingen, rechten, bijdragen, heffingen, boeten en/of andere lasten of kosten, hoe
ook genaamd, procedures te voeren of rechtsmaatregelen te nemen, danwel indien
de opdrachtgever het opslagbedrijf zulke procedures of rechtsmaatregelen verzoekt
te voeren of te nemen en het opslagbedrijf zulk een verzoek inwilligt, zullen de daaruit
voortvloeiende werkzaamheden en kosten met inbegrip van de kosten terzake van
juridische en/of fiscale en/of andere door het opslagbedrijf noodzakelijk geachte
adviezen of bijstand, voor rekening en risico zijn van de opdrachtgever. Voordat het
opslagbedrijf overgaat tot het voeren van procedures of het nemen van
rechtsmaatregelen als in dit artikel bedoeld, zal het opslagbedrijf trachten hieromtrent
overleg te voeren met, dan wel instructies te verkrijgen van de opdrachtgever of
direct belanghebbende.
9.3 Indien het opslagbedrijf optreedt of is opgetreden als fiscaal vertegenwoordiger, zijn
alle door het opslagbedrijf verschuldigde belastingen, rechten, bijdragen en andere
heffingen, alsmede boeten, rente, kosten, hoe ook genaamd, of schadevergoedingen
voor rekening van de opdrachtgever, zulks onverminderd het bepaalde in lid 1 van dit
artikel. De opdrachtgever is verplicht om deze bedragen op eerste verzoek van het
opslagbedrijf te voldoen.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
6-23
Artikel 10
Aansprakelijkheid opdrachtgever
10.1 De opdrachtgever is tegenover het opslagbedrijf en/of derden aansprakelijk voor
schade welke voortvloeit uit onjuiste en/of bedrieglijke en/of onvolledige
omschrijvingen, aanduidingen of mededelingen, alsmede voor schade welke
voortvloeit uit niet te voren medegedeelde gebreken aan de zaken en/of aan de
verpakking, ook indien deze schade zonder zijn schuld is ontstaan. Wordt het
gewicht niet of verkeerd opgegeven dan is de opdrachtgever aansprakelijk voor alle
schade die daaruit voortvloeit.
10.2 De opdrachtgever is aansprakelijk voor alle schade veroorzaakt door het niet/niet
tijdig/niet behoorlijk nakomen van enige hem bij deze voorwaarden, of tussen het
opslagbedrijf en opdrachtgever gesloten afzonderlijke overeenkomst, opgelegde
verplichting, voorzover in deze voorwaarden niet reeds een regeling is opgenomen.
10.3 Onverminderd het hiervoor bepaalde, zal de opdrachtgever het opslagbedrijf
vrijwaren tegen aanspraken van derden, dan wel het opslagbedrijf schadeloos stellen
voor schade betaald of verschuldigd door derden of betaald of verschuldigd aan
derden, waaronder begrepen ondergeschikten van zowel het opslagbedrijf als de
opdrachtgever die verband houden met de aard of gesteldheid van de opgeslagen
zaken.
Artikel 11
Het weigeren van een opdracht
Het opslagbedrijf is gerechtigd een opdracht tot opslag en/of bewaring zonder opgave van
redenen te weigeren. Indien het opslagbedrijf de opdracht aanvaard heeft, kan de
overeenkomst slechts met toestemming van beide partijen verbroken worden.
Artikel 12
Onderzoek van zaken
12.1 Zonder opdracht is het opslagbedrijf niet verplicht de zaken, welke worden
opgeslagen, te wegen of te meten.
12.2 Het staat het opslagbedrijf vrij ter controle van ontvangen opgaven te wegen en te
meten. Wordt in dat geval door het opslagbedrijf vastgesteld, dat gewicht of maat
afwijken van de opgave, dan zijn de kosten aan het wegen en/of meten verbonden,
voor rekening van de opdrachtgever. Het opslagbedrijf is echter slechts
verantwoordelijk voor de vaststelling van gewichten en/of maten indien de zaken door
het opslagbedrijf in opdracht van de opdrachtgever zijn gewogen en/of gemeten en
onverminderd hetgeen in artikel 19 is bepaald ten aanzien van de aansprakelijkheid
van het opslagbedrijf.
12.3 Het openen van colli, teneinde de inhoud te onderzoeken, geschiedt alleen op
verzoek van de opdrachtgever, doch het opslagbedrijf is te allen tijde daartoe
bevoegd, doch niet verplicht, indien het vermoedt, dat de inhoud niet juist is
opgegeven.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
7-23
12.4 Indien bij het onderzoek blijkt, dat de inhoud afwijkt van de opgave, zijn de kosten
van het onderzoek voor rekening van de opdrachtgever. Het opslagbedrijf is echter
nimmer verantwoordelijk voor de omschrijving en/of de aanduiding van in bewaring
genomen zaken.
Artikel 13
Aanlevering/ uitlevering en inontvangstneming
13.1 Aanlevering bij en inontvangstneming door het opslagbedrijf vinden plaats door
afgifte van de zaken door de opdrachtgever en inontvangstneming daarvan door het
opslagbedrijf, ter plaatse van de opslag.
13.2 Uitlevering aan en inontvangstneming door de opdrachtgever vinden plaats door
afgifte van de zaken door het opslagbedrijf en inontvangstneming daarvan door de
opdrachtgever, ter plaatse van de opslag.
Artikel 14
Toestand van zaken bij aankomst
14.1 Zaken moeten, tenzij anders is aangegeven, in goede staat en indien verpakt, in
goed verpakte toestand bij het opslagbedrijf aangeleverd worden.
14.2 Bevindt zich de zaak, die aan het opslagbedrijf is toegezonden, bij aankomst in een
beschadigde of gebrekkige toestand, die uitwendig zichtbaar is, dan zal het
opslagbedrijf gerechtigd doch niet gehouden zijn voor rekening en risico van de
opdrachtgever diens belangen tegenover de vervoerder of anderen te behartigen en
voor het bewijsmateriaal van de toestand te zorgen, zonder dat nochtans aan de
wijze, waarop het opslagbedrijf zich van deze taak heeft gekweten, de opdrachtgever
enig recht jegens het opslagbedrijf kan ontlenen. Het opslagbedrijf zal de
opdrachtgever onverwijld bericht zenden zonder dat deze op grond van het
achterwege blijven van het bericht enige aanspraak tegenover het opslagbedrijf kan
doen gelden.
14.3 Tot opslag ontvangen zaken die een zorgvuldig opslagbedrijf indien het geweten zou
hebben dat ze na inontvangstneming gevaar zouden kunnen opleveren, met het oog
daarop niet voor opslag zou hebben willen ontvangen, mogen door hem op ieder
ogenblik worden verwijderd, vernietigd dan wel op andere wijze onschadelijk
gemaakt.
14.4 Ten aanzien van voor opslag ontvangen zaken waarvan het opslagbedrijf de
gevaarlijkheid heeft gekend, geldt hetzelfde, doch slechts dan wanneer die zaken
onmiddellijk dreigend gevaar opleveren.
14.5 Het opslagbedrijf is terzake geen enkele schadevergoeding verschuldigd en de
opdrachtgever is aansprakelijk voor alle kosten en schaden voor het opslagbedrijf,
voortvloeiende uit de aanlevering voor opslag, uit de opslag zelve of uit de
maatregelen, tenzij die kosten en schaden dan wel de noodzaak tot het treffen van
zodanige maatregelen het uitsluitende gevolg zijn van schuld aan de zijde van het
opslagbedrijf.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
8-23
14.6 Door het treffen van maatregelen eindigt de overeenkomst met betrekking tot de daar
genoemde zaken, doch indien deze alsnog worden uitgeleverd, eerst na uitlevering.
Artikel 15
Aanvang van de uitvoering van de opdracht tot opslag
Met de uitvoering van aanvaarde opdrachten tot opslag of uitlevering van zaken wordt door
het opslagbedrijf, tenzij anders is overeengekomen of bijzondere omstandigheden het
verhinderen, zo snel als mogelijk na aanvaarding van de opdracht en na ontvangst van de
benodigde bescheiden, gegevens en behandelingsinstructies aangevangen.
Artikel 16
Niet tijdige, onregelmatige aanlevering of afhaling
Indien door de opdrachtgever aan het opslagbedrijf is medegedeeld dat zaken voor opslag in
bepaalde hoeveelheid en/of op bepaalde tijd bij het opslagbedrijf zullen worden aangeleverd
of, dat uit te leveren zaken in bepaalde hoeveelheid en/of op bepaalde tijd zullen worden
afgehaald en indien in zodanig geval de opdrachtgever de zaken niet tijdig en regelmatig
aanlevert resp. in ontvangst neemt is de opdrachtgever verplicht de kosten te vergoeden
welke tengevolge daarvan voor het opslagbedrijf ontstaan doordat werklieden en werktuigen
welke voor uitvoering van de betreffende opdracht door het opslagbedrijf waren besteld en/of
ingedeeld niet of onvolledig benut worden.
Artikel 17
Werktijden
Aanleveren van zaken aan en afhalen van zaken van de bewaarplaats moet geschieden
tijdens de, voor het personeel van het opslagbedrijf geldende werkuren. Indien door de
opdrachtgever wordt verlangd, dat werkzaamheden worden verricht buiten de normale
werktijd is het opslagbedrijf vrij daaraan wel of niet te voldoen. Extra kosten welke ontstaan
door werken buiten de normale arbeidstijd zijn voor rekening van de opdrachtgever.
Artikel 18
Plaats van de opslag, verplaatsing van zaken
18.1 Het opslagbedrijf is, tenzij anders is overeengekomen, vrij in de keuze van de plaats
van opslag.
18.2 Het opslagbedrijf is te allen tijde bevoegd de zaken naar een andere bewaarplaats te
verplaatsen.
18.3 De verplaatsing geschiedt voor rekening van het opslagbedrijf, tenzij de verplaatsing
moet geschieden:
– in het belang van de opdrachtgever, dan wel de opdracht, of
– ten gevolge van omstandigheden waarvoor het opslagbedrijf niet aansprakelijk
is, of
– ten gevolge van omstandigheden die in redelijkheid niet voor rekening en risico
van het opslagbedrijf komen, of
– ten gevolge van regelgeving van overheidswege.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
9-23
Het vervoer in verband met de verplaatsing welke voor rekening van het opslagbedrijf
komt, vindt plaats onder de gebruikelijke vervoersvoorwaarden.
Het vervoer in verband met de verplaatsing welke voor rekening van de
opdrachtgever komt, wordt door het opslagbedrijf verzorgd als expediteur en vindt
plaats voor risico van de opdrachtgever.
18.4 Worden de zaken verplaatst naar een andere bewaarplaats, dan geeft het
opslagbedrijf hiervan kennis aan de opdrachtgever, zonder dat deze op grond van
het achterwege blijven van de kennisgeving enige aanspraak tegenover het
opslagbedrijf kan doen gelden.
Artikel 19
Beschadiging / verlies van zaken
19.1 De opdrachtgever doet door deze opslagvoorwaarden voor het geval van
beschadiging en/of vermissing afstand van verhaal op derden; hij zal uitsluitend het
opslagbedrijf aansprakelijk kunnen stellen, ook indien het opslagbedrijf in de
uitoefening van zijn bedrijf gebruik heeft gemaakt van de diensten van derden, een
en ander onder de volgende beperking.
19.2 Alle handelingen en werkzaamheden geschieden voor rekening en risico van de
opdrachtgever, tenzij in deze voorwaarden anders wordt bepaald.
19.3 Het opslagbedrijf is niet aansprakelijk voor enige schade, tenzij de opdrachtgever
bewijst dat de schade is ontstaan door schuld of nalatigheid van het opslagbedrijf of
diens ondergeschikten.
19.4 Het opslagbedrijf wordt in geval van beschadiging en/of verlies door diefstal met
braak geacht voldoende zorg te hebben aangewend als het voor een behoorlijke
afsluiting van de bewaarplaats heeft zorggedragen.
19.5 Bij zaken die op open terrein zijn opgeslagen of die alleen op open terrein
opgeslagen kunnen worden of waarvoor het bij het opslagbedrijf gebruikelijk is deze
op open terrein op te slaan, is iedere aansprakelijkheid van het opslagbedrijf voor
schaden, mogelijkerwijs verband houdende met zodanige opslag, uitgesloten.
19.6 De aansprakelijkheid van het opslagbedrijf is in alle gevallen beperkt tot 2 SDR per
kilogram beschadigd of verloren gegaan brutogewicht met een maximum van
100.000 SDR per gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen met één en dezelfde
schade-oorzaak.
19.7 De door het opslagbedrijf te vergoeden schade zal nimmer meer bedragen dan de
door de opdrachtgever te bewijzen factuurwaarde van de zaken, bij ontbreken
waarvan de door de opdrachtgever te bewijzen marktwaarde zal gelden op het
moment dat de schade is ontstaan. Het opslagbedrijf is slechts aansprakelijk voor
schade aan de zaak zelf en voor schade zoals vermeld in artikel 19.9 en is nimmer
aansprakelijk voor gederfde winst, gevolgschade en immateriële schade.
19.8 Bij schade aan een zelfstandig onderdeel van de zaak of bij schade aan één of meer
verscheidene bij elkaar behorende zaken blijft de eventuele waardevermindering van
de overige onderdelen of de niet beschadigde zaken buiten beschouwing.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
10-23
19.9 De aansprakelijkheid van het opslagbedrijf voor schade die voortvloeit uit het
vervullen van (douane-)formaliteiten is beperkt tot 7500 SDR per gebeurtenis of
reeks van gebeurtenissen met één en dezelfde schade-oorzaak.
Artikel 20
Toegang tot het terrein
20.1 Het opslagbedrijf is verplicht de opdrachtgever en de door deze aangewezen
personen voor rekening en risico van de opdrachtgever toegang te verlenen tot de
plaats waar diens zaken worden bewaard, zulks met inachtneming van de te
vervullen douane- en andere van overheidswege voorgeschreven formaliteiten.
20.2 Voor hen aan wie het opslagbedrijf toegang verleent gelden de volgende
voorwaarden:
a. alle personen, die de bewaarplaats bezoeken, alsook het personeel van de aan
de bewaarplaats komende vaar- en voertuigen moeten zich houden aan de
voorschriften van het opslagbedrijf;
b. alleen gedurende de gewone werktijden en onder geleide wordt toegang
verleend;
c. de aan het bezoek verbonden kosten van begeleiding moeten door de
opdrachtgever aan het opslagbedrijf worden betaald;
d. de opdrachtgever is aansprakelijk voor alle schade, direct of indirect door de
bezoekende personen veroorzaakt.
20.3 De opdrachtgever zal het opslagbedrijf vrijwaren tegen aanspraken van derden,
waaronder begrepen ondergeschikten van zowel het opslagbedrijf als de
opdrachtgever, die verband houden met schade voortvloeiend uit de vorige leden.
Artikel 21
Uitvoering van handelingen
21.1 Door de opdrachtgever gewenste werkzaamheden, zoals bemonstering,
behandeling, verzorging, overpakking, overstapeling, splitsing in partijen, weging,
enz., alsmede uitlevering moeten ter uitvoering tegen de daarvoor geldende
vergoedingen en condities worden opgedragen aan het bewarende opslagbedrijf.
21.2 Werkzaamheden welke het opslagbedrijf niet op zich wenst te nemen kunnen na
verkregen toestemming van het opslagbedrijf, door of namens de opdrachtgever
worden uitgevoerd, zulks met inachtneming van door het opslagbedrijf te stellen
voorwaarden, onder toezicht van het opslagbedrijf en tegen betaling van de daaraan
verbonden kosten, echter zonder verantwoordelijkheid van het opslagbedrijf.
Artikel 22
Bijzondere wijze van behandeling van zaken
22.1 Het opslagbedrijf is niet verplicht tot enige maatregel ten aanzien van de in bewaring
ontvangen zaken of de verpakking daarvan dan die welke voor de bewaring van de
betreffende zaken als normaal gelden.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
11-23
22.2 Tot bijzondere maatregelen is het opslagbedrijf slechts verplicht indien deze zijn
overeengekomen.
22.3 Het opslagbedrijf is echter gerechtigd een maatregel direct, op kosten en voor risico
van de opdrachtgever te nemen, het opruimen, het verwijderen, het vernietigen of het
op andere wijze onschadelijk maken daaronder begrepen, wanneer door het nalaten
daarvan verlies en/of schade aan de zaken zelf of aan andere zaken, of aan de
bewaarplaats of aan werktuigen, dan wel nadeel voor personen te vrezen is of
wanneer het nemen van maatregelen uit andere hoofde vereist, dan wel geïndiceerd
is, zulks ter beoordeling van het opslagbedrijf. Het opslagbedrijf stelt de
opdrachtgever van de genomen maatregelen terstond in kennis, zonder dat deze op
grond van het niet voldoen aan deze verplichting enige aanspraak tegenover het
opslagbedrijf kan doen gelden.
22.4 Onverminderd het in het vorige lid bepaalde is de opdrachtgever gehouden het
opslagbedrijf te vrijwaren tegen aanspraken van derden uit hoofde van schade door
opdrachtgever’s zaken veroorzaakt aan zaken van derden.
Artikel 23
Verzekering van zaken
23.1 Tenzij zulks uitdrukkelijk schriftelijk met de opdrachtgever is overeengekomen is het
opslagbedrijf niet verplicht zorg te dragen voor enige verzekering van de zaken.
Indien tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever is overeengekomen dat het
opslagbedrijf voor rekening van de opdrachtgever voor de verzekering van de zaken
zal zorgdragen, dan heeft het opslagbedrijf het recht om naar eigen keuze de
overeengekomen verzekering op naam van de opdrachtgever te sluiten, of om deze
onder een polis van het opslagbedrijf onder te brengen.
Als te verzekeren waarde zal worden aangehouden het bedrag dat door de
opdrachtgever is opgegeven. Het opslagbedrijf zal ten aanzien van de verzekeringen
in alle gevallen uitsluitend worden beschouwd als tussenpersoon, zonder enige
aansprakelijkheid, ook niet voor met de verzekeraar(s) bedongen voorwaarden of
voor de soliditeit dan wel de solvabiliteit van de verzekeraar(s).
23.2 In alle gevallen waarin de zaken door tussenkomst van het opslagbedrijf verzekerd
zijn, heeft het opslagbedrijf het recht om voor en namens de belanghebbenden bij de
zaken de schadepenningen te incasseren en daarop al zijn vorderingen, uit welke
hoofde dan ook, op de opdrachtgever te verhalen. Het overblijvende bedrag wordt
aan de opdrachtgever uitgekeerd.
23.3 Indien in geval van schade aan of verlies van zaken door brand of door enige andere
oorzaak de medewerking van het opslagbedrijf voor de vaststelling van de schade of
het verlies gewenst of noodzakelijk is , dan wordt deze door het opslagbedrijf
verleend tegen betaling van de daaraan verbonden kosten en van een vergoeding
voor zijn bemoeiingen. Het opslagbedrijf kan het verlenen van medewerking
afhankelijk stellen van de contante betaling van, of het stellen van zekerheid voor, al
hetgeen het opslagbedrijf van de opdrachtgever uit welke hoofde dan ook te
vorderen heeft en de in dit lid bedoelde kosten en vergoeding.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
12-23
23.4 De opdrachtgever is verplicht om bij uitlevering van een deel van de zaken door het
opslagbedrijf op te geven voor welk bedrag hij de overblijvende zaken wenst te doen
verzekeren.
Bij gebreke van zulke opgave is het opslagbedrijf gerechtigd om het verzekerde
bedrag naar eigen inzicht te verminderen in dezelfde verhouding als waarin de zaken
in aantal, gewicht, maat of inhoud verminderd zijn.
Artikel 24
Berekening bewaarloon bij vernietiging van de zaken
In geval van vernietiging der bij het opslagbedrijf in bewaring liggende zaken door brand of
anderszins, geldt de dag van vernietiging als de dag van uitlevering en is het bewaarloon, en
indien de zaken door bemiddeling van het opslagbedrijf zijn verzekerd de verzekeringspremie
en -kosten in volle maanden berekend, verschuldigd tot en met die dag.
Artikel 25
Terugneming van zaken
25.1 De opdrachtgever kan tegen betaling van hetgeen het opslagbedrijf van hem te
vorderen heeft (in de ruimste zin) en met inachtneming van de bepalingen dezer
condities de in bewaring gegeven zaken te allen tijde terugnemen.
25.2 Het bewaarloon – en indien de zaken door bemiddeling van het opslagbedrijf zijn
verzekerd de verzekeringspremie en -kosten – wordt altijd berekend in volle
maanden, een gedeelte van een maand tellende voor een volle maand.
25.3 Indien een vaste termijn van bewaring overeengekomen is kan het opslagbedrijf niet
vorderen, dat de opdrachtgever de zaak vóór afloop van de overeengekomen tijd
terugneemt.
25.4 Indien geen termijn van bewaring is overeengekomen of indien de overeengekomen
termijn van bewaring is verstreken kan het opslagbedrijf de terugneming met een
opzeggingstermijn van één maand verlangen, doch niet binnen drie maanden na de
aanvang van de bewaring.
25.5 In geval van overmacht blijft de overeenkomst van kracht, de verplichtingen van het
opslagbedrijf worden echter voor de duur van de overmacht opgeschort. Alle extra
kosten veroorzaakt door overmacht komen ten laste van de opdrachtgever. Als
overmacht gelden alle omstandigheden die het opslagbedrijf redelijkerwijze niet heeft
kunnen vermijden en waarvan het opslagbedrijf de gevolgen redelijkerwijze niet heeft
kunnen verhinderen.
Artikel 26
Tussentijdse terugneming van zaken wegens dringende reden
26.1 Het opslagbedrijf is echter te allen tijde gerechtigd de terugneming van de in
bewaring ontvangen zaken vóór afloop van de termijn van bewaring en zonder zich te
houden aan enige opzeggingstermijn, te vorderen, indien daartoe een dringende
reden bestaat.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
13-23
26.2 Onder dringende reden wordt verstaan een omstandigheid, die van dien aard is dat
de opdrachtgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid instandhouding van
de opslag niet mag verwachten.
26.3 Een dergelijke reden wordt onder meer geacht aanwezig te zijn, indien de
opdrachtgever één of meer andere bepalingen dezer condities niet nakomt, indien
blijkt, dat voor de aanwezigheid van de zaken gevaar voor verlies en/of schade aan
andere zaken, aan de bewaarplaats of aan werktuigen, dan wel nadeel voor
personen te vrezen is, en voorts indien de zaken aan bederf onderhevig zijn, of
daarin veranderingen ontstaan die naar het oordeel van het opslagbedrijf het
vermoeden van waardevermindering wettigen en de opdrachtgever nalatig is in het
geven van instructies ter voorkoming en bestrijding daarvan.
26.4 De opdrachtgever blijft gehouden het bewaarloon tot op de dag van terugneming van
de zaak aan het opslagbedrijf te vergoeden.
Artikel 27
Betaling
27.1 Alle bedragen welke het opslagbedrijf van de opdrachtgever te vorderen heeft, uit
welke hoofde dan ook, zoals: bewaarloon, verzekeringspremie en -kosten, huur,
verschot, vergoedingen voor opslag en uitlevering, gedane uitgaven en kosten voor
verrichte of te verrichten werkzaamheden, kosten van opruiming e.d. bij of na brand
of anderszins, buitengewone onkosten, extra arbeidsloon, belastingen, rechten,
heffingen, boeten, rente enzovoorts, zijn terstond opeisbaar.
Indien het opslagbedrijf een betalingstermijn hanteert, dan zijn voornoemde bedragen
terstond opeisbaar zodra de betalingstermijn is verstreken.
27.2 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid is de opdrachtgever gehouden het
verschuldigde bewaarloon steeds prompt te voldoen binnen de tussen partijen
geldende termijn, doch ten minste éénmaal per 12 maanden.
27.3 Wanneer de opdrachtgever niet dadelijk de bedragen, welke het opslagbedrijf van de
opdrachtgever te vorderen heeft, betaalt, is het opslagbedrijf gerechtigd de wettelijke
rente in rekening te brengen.
27.4 Betalingen à conto worden geacht in de eerste plaats in mindering op concurrente
vorderingen te zijn geschied, ongeacht of bij de betalingen andere aanwijzigingen zijn
gegeven.
27.5 Indien bij niet-tijdige betaling langs gerechtelijke of andere weg tot incasso wordt
overgegaan, wordt het bedrag der vordering verhoogd met 10% administratiekosten,
terwijl de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten ten laste van de opdrachtgever
komen, tot het door het opslagbedrijf betaalde of verschuldigde bedrag.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
14-23
Artikel 28
Retentierecht en pandrecht
28.1 Het opslagbedrijf heeft jegens een ieder, die daarvan afgifte verlangt een pandrecht
en een retentierecht op alle zaken, documenten en gelden die het opslagbedrijf uit
welke hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, voor alle
vorderingen die hij ten laste van de opdrachtgever en/of eigenaar heeft of mocht
krijgen.
28.2 Het opslagbedrijf kan de hem in lid 1 toegekende rechten eveneens uitoefenen voor
hetgeen hem door de opdrachtgever nog verschuldigd is in verband met voorgaande
opdrachten.
28.3 Het opslagbedrijf zal een ieder die ten behoeve van de opdrachtgever zaken aan het
opslagbedrijf toevertrouwt voor het verrichten van werkzaamheden beschouwen als
door de opdrachtgever gevolmachtigd tot het vestigen van een retentie- en pandrecht
op deze zaken.
28.4 Bij niet voldoening van de vordering geschiedt de verkoop van het onderpand op de
bij de wet bepaalde wijze of -indien daaromtrent overeenstemming bestaatonderhands.
Artikel 29
Openbare verkoop
29.1 Onverminderd het bepaalde in artikel 28 van deze condities is het opslagbedrijf
gerechtigd hem toevertrouwde zaken zonder inachtneming van enige formaliteit op
de plaats, op de wijze en tegen de voorwaarden die het opslagbedrijf goeddunken in
het openbaar dan wel op een andere wijze indien de wet dit toelaat, op kosten van de
opdrachtgever te (doen) verkopen en om zichzelf uit de opbrengst daarvan alle
bedragen die door de opdrachtgever aan het opslagbedrijf verschuldigd zijn, te
voldoen, indien de opdrachtgever in gebreke is om de door hem aan het
opslagbedrijf toevertrouwde zaken na beëindiging van de overeenkomst of op de
overeengekomen dan wel aan het opslagbedrijf meegedeelde tijd of op een ander
tijdstip in geval van een van de dringende redenen genoemd in artikel 26 van de
condities, terug te nemen;
29.2 Indien aannemelijk is dat bij verkoop de kosten hoger zullen zijn dan de baten of
indien geen koper gevonden wordt ondanks een redelijke poging daartoe dan is het
opslagbedrijf gerechtigd om de zaken te verwijderen, te doen verwijderen of te
vernietigen. De opdrachtgever blijft dan aansprakelijk voor hetgeen verschuldigd is,
vermeerderd met de kosten van verwijdering of vernietiging.
29.3 In geval van verkoop zal het opslagbedrijf hetgeen van de opbrengst na aftrek van
alle kosten en alle vorderingen op de opdrachtgever resteert, gedurende vijf jaar ter
beschikking van de opdrachtgever houden, na welke termijn het restant indien dit niet
is opgeëist, aan het opslagbedrijf vervalt.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
15-23
Artikel 30
Verjaring en verval
30.1 Elke vordering verjaart door het enkele verloop van 12 maanden.
30.2 Alle vorderingen jegens het opslagbedrijf vervallen door het enkele verloop van 2
jaren.
30.3 De in de leden 1 en 2 genoemde termijnen vangen in geval van algeheel verlies,
beschadiging of vermindering aan vanaf de eerste van de volgende dagen:
– de dag waarop de zaken door het opslagbedrijf worden uitgeleverd of hadden
moeten worden uitgeleverd;
– de dag waarop het opslagbedrijf hiervan aan de opdrachtgever mededeling
heeft gedaan.
30.4 In het geval het opslagbedrijf door derden, waaronder enige overheid, wordt
aangesproken, vangt de in lid 1 genoemde termijn aan vanaf de eerste van de
volgende dagen:
– de dag waarop het opslagbedrijf door de derde is aangesproken of;
– de dag waarop het opslagbedrijf de tot hem gerichte vordering heeft voldaan.
30.5 Onverminderd het bepaalde in de leden 3 en 4, vangen de in de leden 1 en 2
genoemde termijnen voor alle andere vorderingen aan vanaf het moment dat deze
opeisbaar zijn geworden.
Artikel 31
Reclames
31.1 Indien de zaken ter beschikking worden gesteld door het opslagbedrijf zonder dat de
opdrachtgever of een ander namens deze ten overstaan van het opslagbedrijf de
staat daarvan heeft vastgesteld of zonder dat hij, indien het zichtbare verliezen of
beschadigingen betreft, uiterlijk op het ogenblik van de ter beschikking stelling, of,
indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, binnen vijf werkdagen na
de ter beschikking stelling, voorbehouden ter kennis van het opslagbedrijf heeft
gebracht, waarin de algemene aard van het verlies of de beschadiging is
aangegeven, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht de zaken in goede staat te
hebben ontvangen. De bovenbedoelde voorbehouden moeten, indien het
onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, schriftelijk worden gemaakt.
31.2 De dag van de ter beschikkingstelling wordt bij het bepalen van voornoemde
termijnen niet meegerekend.
Artikel 32
Overdracht respectievelijk overgang van zaken
32.1 Overdracht of overgang van eigendom van bij het opslagbedrijf aanwezige zaken
resp. de overdracht of overgang van het recht op uitlevering daarvan door een
opdrachtgever aan een derde, is tegenover het opslagbedrijf ongeldig en heeft
tegenover het opslagbedrijf geen rechtsgevolgen, noch wordt deze door het
opslagbedrijf erkend, tenzij alle vorderingen die het opslagbedrijf uit welke hoofde
ook op de oorspronkelijke en/of overdragende opdrachtgever heeft, zijn voldaan.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
16-23
32.2 Op de opdrachtgever rust de plicht om het opslagbedrijf van een
eigendomsoverdracht of -overgang van zaken, resp. overdracht of overgang van het
recht op uitlevering van zaken terstond schriftelijk op de hoogte te stellen.
32.3 Onverminderd het hiervoor bepaalde heeft overdracht of overgang tegenover het
opslagbedrijf geen rechtsgevolgen, noch wordt deze door het opslagbedrijf erkend,
dan nadat de nieuwe rechthebbende(n) alle bepalingen van de overeenkomst tussen
het opslagbedrijf en de oorspronkelijke en/of overdragende opdrachtgever alsmede
de onderhavige voorwaarden schriftelijk heeft aanvaard.
32.4 Het opslagbedrijf behoeft overdracht of overgang van eigendom resp. recht op
uitlevering niet te erkennen en is zelfs gerechtigd een gedane erkenning te
herroepen en het opslagbedrijf kan uitlevering van de zaken weigeren, indien naar
het oordeel van het opslagbedrijf gebreken kleven aan de rechtstitel met betrekking
tot enige eigendomsoverdracht of -overgang van de zaken resp. enige overdracht of
overgang van het recht op uitlevering en indien de nieuwe rechthebbende(n) zich
erop beroept (beroepen) de onderhavige voorwaarden niet te hebben aanvaard of
daaraan niet te zijn gebonden.
32.5 De oorspronkelijke en/of overdragende opdrachtgever blijft jegens het opslagbedrijf
aansprakelijk voor alle vorderingen van het opslagbedrijf terzake van of in verband
met de opslag en/of met betrekking tot die zaken verrichte werkzaamheden, ook
indien deze zijn verricht na de eigendomsoverdracht of -overgang resp. na de
overdracht of overgang van het recht op uitlevering.
Na overdracht of overgang van de eigendom resp. het recht op uitlevering van de
zaken geldt de nieuwe rechthebbende als de opdrachtgever en is hij naast zijn
rechtsvoorganger hoofdelijk aansprakelijk voor alle bovenbedoelde vorderingen, ook
voorzover deze vóór de overdracht of overgang zijn ontstaan.
Artikel 33
Afgifte van opslagbewijzen
33.1 Het opslagbedrijf kan aan de opdrachtgever op diens verzoek een opslagbewijs
afgeven, vermeldende de door deze aan het opslagbedrijf in bewaring gegeven
zaken.
33.2 Het opslagbedrijf is gerechtigd de afgifte van een opslagbewijs te weigeren indien
niet door de opdrachtgever alle vorderingen welke het opslagbedrijf uit welke hoofde
ook op hem heeft zijn voldaan.
Het opslagbedrijf kan voorts de afgifte van een opslagbewijs weigeren indien het
daartoe termen aanwezig acht.
33.3 Met de afgifte van een opslagbewijs aan toonder vervallen alle verplichtingen van het
opslagbedrijf jegens de opdrachtgever en komen daarvoor in de plaats de
verplichtingen van het opslagbedrijf jegens de houder van het opslagbewijs, nader
geregeld in hoofdstuk II dezer condities. De opdrachtgever blijft ook na afgifte van het
opslagbewijs tegenover het opslagbedrijf aansprakelijk voor de gevolgen van een
verschil tussen de zaken tegenover welke het opslagbewijs is afgegeven en de
omschrijving daarvan in het opslagbewijs.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
17-23
HOOFDSTUK II
BEPALINGEN BETREFFENDE HET OPSLAGBEWIJS
Artikel 34
Toepasselijke bepalingen
Op de rechtsverhoudingen tussen opslagbedrijven en houders van opslagbewijzen zijn de
bepalingen vermeld in hoofdstuk I van overeenkomstige toepassing, tenzij de voorwaarden in
hoofdstuk II meebrengen dat een bepaling in hoofdstuk I geen toepassing mag vinden.
Artikel 35
Recht op uitlevering van de zaken
35.1 Het opslagbewijs geeft recht op uitlevering door het opslagbedrijf van de zaken welke
het opslagbedrijf ter bewaring heeft ontvangen en tegenover welke het opslagbewijs
is afgegeven. Voor een verschil tussen wat in bewaring is genomen en de
omschrijving daarvan in het opslagbewijs is het opslagbedrijf aansprakelijk tegenover
de houder van het opslagbewijs aan wie bij de verkrijging van het opslagbewijs het
bestaan van het verschil onbekend was, tenzij het zaken betreft van welke de
identificatie een bijzondere vakkennis en/of een diepgaand onderzoek of een analyse
vereist.
35.2 Indien in het opslagbewijs de clausule:
“inhoud, hoedanigheid, getal, gewicht of maat onbekend”
of een daarmede gelijkstaande clausule is opgenomen, binden de in het
opslagbewijs voorkomende vermeldingen, omtrent de inhoud, de hoedanigheid en
het getal, het gewicht of de maat van de zaken het opslagbedrijf niet.
35.3 Het recht op uitlevering bestaat niet zolang het opslagbedrijf enig uit deze
voorwaarden voortvloeiend recht op de zaken kan doen gelden en zolang niet aan
alle voor uitlevering vereiste douane- en andere van overheidswege voorgeschreven
formaliteiten is voldaan.
Artikel 36
Vervaldatum van het opslagbewijs
36.1 Het opslagbewijs heeft een geldigheidsduur van drie jaren, gerekend vanaf de op het
opslagbewijs vermelde datum van afgifte, tenzij in het opslagbewijs een kortere
geldigheidsduur is vermeld.
36.2 Tot de vervaldatum kan het opslagbewijs op verzoek van de houder van het
opslagbewijs vervangen worden door een nieuw opslagbewijs tegen vergoeding der
daaraan verbonden kosten. Het opslagbedrijf heeft het recht vervanging van het
opslagbewijs te weigeren en op de vervaldatum terugneming van de zaken te
verlangen.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
18-23
36.3 Indien op de vervaldatum het opslagbewijs niet voor vervanging is aangeboden, resp.
indien na weigering van vervanging van het opslagbewijs de zaken niet op de
vervaldatum van het opslagbedrijf zijn teruggenomen wordt de houder van het
vervallen opslagbewijs geacht in te stemmen met het bewaarloon – en indien de
zaken door bemiddeling van het opslagbedrijf zijn verzekerd de verzekeringspremie
en -kosten – zoals deze van die datum af door het opslagbedrijf zullen worden
vastgesteld.
36.4 Indien op de vervaldatum het opslagbewijs niet voor vervanging is aangeboden, resp.
indien na weigering van vervanging van het opslagbewijs de zaken niet op de
vervaldatum zijn teruggenomen tegen betaling van de bedragen waarop het
opslagbedrijf volgens artikel 36 recht heeft, is het opslagbedrijf gerechtigd de zaken
waarop het vervallen opslagbewijs betrekking heeft te verkopen, met inachtneming
van hetgeen daaromtrent in deze voorwaarden is bepaald.
36.5 Het opslagbedrijf is gedurende vijf jaar na de vervaldatum van het opslagbewijs
verplicht om de zaken waarop het vervallen opslagbewijs betrekking heeft – resp. zo
het opslagbedrijf gebruik heeft gemaakt van zijn recht om de zaken te verkopen de
netto-opbrengst van de zaken, zonder vergoeding van rente – uit te leveren aan de
houder van het vervallen opslagbewijs onder aftrek van alle bedragen welke het
opslagbedrijf te vorderen heeft. Na afloop van deze vijf jaren zullen de rechten van de
houder van het vervallen opslagbewijs ophouden en zal het opslagbedrijf de zaken
niet meer behoeven uit te leveren – resp. de opbrengst niet meer behoeven te
verantwoorden – noch aan de houder van het vervallen opslagbewijs, noch aan
anderen.
Artikel 37
Uitlevering van zaken na betaling
37.1 Het opslagbedrijf is gerechtigd om, alvorens tot gehele of gedeeltelijk uitlevering van
de zaken waarop het opslagbewijs recht geeft over te gaan, betaling te verlangen
van:
a. zoveel maanden bewaarloon als blijkens het opslagbewijs zijn verstreken en niet
volgens aantekening op het opslagbewijs vóór de uitlevering reeds zijn
afgerekend, zulks tegen het in het opslagbewijs vermelde bewaarloon per
maand, gedeelten van maanden tellende voor volle maanden;
b. zoveel maanden verzekeringspremie en -kosten als blijkens het opslagbewijs
zijn verstreken en niet volgens aantekening op het opslagbewijs vóór de
uitlevering reeds zijn afgerekend, zulks tegen de in het opslagbewijs vermelde
verzekeringspremie per maand, gedeelten van maanden tellende voor volle
maanden;
c. de vergoeding voor het uitleveren der zaken volgens het daarvoor geldende
tarief;
d. de voorschotten welke door het opslagbedrijf zijn verricht voor in opdracht van
de uitlevering vragende houder van het opslagbewijs met betrekking tot de in
het opslagbewijs vermelde zaken vervulde douane- en/of andere van
overheidswege voorgeschreven formaliteiten;
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
19-23
e. alle kosten welke door het opslagbedrijf na de op het opslagbewijs vermelde
datum van afgifte zijn gemaakt:
e.1 ten behoeve van het behoud van de in het opslagbewijs vermelde zaken;
e.2 ter bestrijding van gevaren welke door de in het opslagbewijs vermelde zaken
zijn veroorzaakt voor de bewaarplaats en andere daarin aanwezige zaken;
e.3 als gevolg van maatregelen welke met betrekking tot de in het opslagbewijs
vermelde zaken moeten worden genomen tengevolge van omstandigheden
welke het opslagbedrijf niet mogen worden aangerekend.
f. alle overige uit het opslagbewijs blijkende vorderingen van het opslagbedrijf.
37.2 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid is de houder van het opslagbewijs
gehouden het verschuldigde bewaarloon – en indien de zaken door bemiddeling van
het opslagbedrijf zijn verzekerd de verzekeringspremie en -kosten – te voldoen
telkens als 12 maanden bewaring zijn verstreken of zoveel eerder als blijkens
vermelding in het opslagbewijs is overeengekomen en de onder d. en e. bedoelde,
door het opslagbedrijf gemaakte kosten zodra deze door het opslagbedrijf aan hem
worden bekend gemaakt.
37.3 Indien de houder van het opslagbewijs niet voldoet aan de verplichting om telkens na
12 maanden of zoveel eerder als blijkens vermelding in het opslagbewijs is
overeengekomen het verschuldigde bewaarloon – en indien de zaken door
bemiddeling van het opslagbedrijf zijn verzekerd de verzekeringspremie en -kosten –
te voldoen, wordt met ingang van de dag waarop 12 maanden bewaring zijn
verstreken het bedrag, dat uit hoofde daarvan aan het opslagbedrijf verschuldigd is,
verhoogd met een boete van 1% van het betreffende bedrag voor elke maand
waarmede de termijn van 12 maanden wordt overschreden.
Artikel 38
Schadevergoeding
In afwijking van het bepaalde in artikel 19.7 geldt dat de door het opslagbedrijf voor verlies
van de zaak te betalen schadevergoeding, bij het ontbreken van de factuurwaarde van de
zaak, is beperkt tot de door de opdrachtgever te bewijzen marktwaarde van de zaak op de
dag van de afgifte van het opslagbewijs.
Artikel 39
Toegang tot en inlichtingen over zaken
Toegang tot en inlichtingen over zaken waarvoor opslagbewijzen zijn afgegeven worden
alleen gegeven op vertoon van het betreffende opslagbewijs.
Artikel 40
Werkzaamheden met betrekking tot de zaken
40.1 Door de houder van het opslagbewijs gewenste werkzaamheden met betrekking tot
de in het opslagbewijs vermelde zaken, zoals bemonstering, behandeling, verzorging,
overpakking, overstapeling, splitsing in partijen, weging, enz., alsmede uitlevering
moeten ter uitvoering tegen de daarvoor geldende vergoedingen en condities worden
opgedragen aan het bewarende opslagbedrijf.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
20-23
40.2 Door de houder van het opslagbewijs verlangde werkzaamheden worden door het
opslagbedrijf slechts uitgevoerd na inlevering van het opslagbewijs.
40.3 Werkzaamheden welke het opslagbedrijf niet op zich wenst te nemen kunnen na
verkregen toestemming van het opslagbedrijf en na inlevering van het opslagbewijs,
door of namens de houder van het opslagbewijs worden uitgevoerd, zulks met
inachtneming van door het opslagbedrijf te stellen voorwaarden, onder toezicht van
het opslagbedrijf en tegen betaling van de daaraan verbonden kosten, echter zonder
verantwoordelijkheid van het opslagbedrijf.
40.4 Gedeeltelijke uitleveringen, bemonsteringen en behandeling der zaken waardoor een
verandering, vermindering of wijziging van het stukstal ontstaat worden in het
opslagbewijs vermeld op de daarvoor bestemde plaats. Indien op het opslagbewijs
voor verdere vermelding van uitleveringen, veranderingen, verminderingen, enz.
geen plaats meer is wordt het opslagbewijs op kosten van de houder van het
opslagbewijs vervangen.
40.5 Vorderingen van het opslagbedrijf uit hoofde van uitgevoerde werkzaamheden met
betrekking tot de in het opslagbewijs vermelde zaken of uit hoofde van toezicht
daarop moeten onmiddellijk worden voldaan. Het opslagbedrijf is gerechtigd
teruggave van het opslagbewijs te weigeren zolang deze vorderingen niet zijn
voldaan.
Artikel 41
In kennis stellen van bijzondere wijze van behandeling
Indien het opslagbedrijf overgaat tot het nemen van een maatregel als bedoeld in artikel 22,
stelt het opslagbedrijf de laatste aan het opslagbedrijf bekende houder van het opslagbewijs
hiervan terstond in kennis, zonder dat de houder van het opslagbewijs van het achterwege
blijven van kennisgeving enige aanspraak tegenover het opslagbedrijf kan doen gelden.
Artikel 42
Verplichting opslagbedrijf tot verzekering
42.1 Indien in het opslagbewijs is vermeld dat de betreffende zaken zijn verzekerd, heeft
door deze vermelding het opslagbedrijf de verplichting op zich genomen ervoor te
zorgen dat de zaken voor rekening van de houder van het opslagbewijs zijn
verzekerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 23.
42.2 Als verzekerde waarde geldt de in het opslagbewijs vermelde waarde.
42.3 Indien in het opslagbewijs vermeld is, dat tot de waarde van de dag is verzekerd,
behoort het tot de zorg van het opslagbedrijf de zaken voldoende verzekerd te
houden.
Artikel 43
Verandering, van kracht zijn en beëindiging van de verzekering
43.1 Verandering van de verzekerde waarde en beëindiging van de verzekering zijn alleen
mogelijk wanneer het opslagbewijs ter aantekening daarvan wordt ingeleverd.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
21-23
43.2 Van kracht is alleen de verzekering zoals deze in het opslagbewijs is vermeld.
43.3 De verzekering eindigt overigens met de uitlevering van de zaak.
43.4 Bij aflevering van een gedeelte van de zaak moet de verzekerde waarde van het uit
te leveren goed afzonderlijk worden opgegeven en op het opslagbewijs aangetekend
indien in het opslagbewijs niet de verzekerde waarde per eenheid is vermeld en
bijaldien geen verhoudingsgewijze vermindering uit het opslagbewijs kan blijken.
Artikel 44
Schadepenningen
De door het opslagbedrijf geïncasseerde schadepenningen worden door het opslagbedrijf
tegen ontvangst van het opslagbewijs uitgekeerd, onder aftrek van al hetgeen het
opslagbedrijf van de houder van het opslagbewijs te vorderen heeft.
Artikel 45
In kennisstelling van vernietiging van de zaken
In geval van vernietiging van de in het opslagbewijs vermelde zaken door brand of
anderszins, stelt het opslagbedrijf de laatste aan het opslagbedrijf bekende houder van het
opslagbewijs daarvan terstond in kennis, zonder dat de houder van het opslagbewijs op
grond van het achterwege blijven van kennisgeving enige aanspraak tegenover het
opslagbedrijf kan doen gelden.
Artikel 46
Beschadiging van het opslagbewijs
46.1 Raderingen en beschadigingen maken het opslagbewijs waardeloos; doorhalingen
zijn slechts geldig indien door het opslagbedrijf geparafeerd.
46.2 De houder van een beschadigd opslagbewijs kan tegen teruggave van het
opslagbewijs de afgifte van een duplicaat-opslagbewijs vorderen tegen vergoeding
der daaraan verbonden kosten. Voor de vaststelling van de aard en hoeveelheid der
in het duplicaat-opslagbewijs te vermelden zaken geldt uitsluitend de desbetreffende
administratie van het opslagbedrijf als maatstaf.
Artikel 47
Verlies en tenietgaan van opslagbewijzen
47.1 Indien een opslagbewijs is verloren of tenietgegaan, kan de rechthebbende aan het
opslagbedrijf een verzoek indienen tot nietigverklaring van dat opslagbewijs en tot
afgifte der zaken of van een duplicaat-opslagbewijs; dit verzoek moet zo mogelijk de
oorzaak van het teloorgaan van het opslagbewijs vermelden en de gronden
inhouden, waarop de verzoeker zijn recht baseert.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
22-23
47.2 Levert het door het opslagbedrijf in te stellen onderzoek geen redenen op om aan de
juistheid van de gronden van het verzoek te twijfelen, dan zal het opslagbedrijf door
twee aankondigingen met tussenruimte van minstens 14 dagen te plaatsen telkens in
ten minste twee door het opslagbedrijf aan te wijzen dagbladen de indiening van het
verzoek bekend maken, met uitnodiging aan hen, die recht menen te hebben op de
in het vermiste opslagbewijs vermelde zaken, om zich bij deurwaardersexploit tegen
afgifte daarvan of van het duplicaat-opslagbewijs te verzetten.
47.3 Wanneer binnen 14 dagen na de laatste aankondiging zich niemand bij
deurwaardersexploit tegen de afgifte heeft verzet, kan het opslagbewijs door het
opslagbedrijf nietig worden verklaard en afgifte van zaken of van een duplicaatopslagbewijs aan de verzoeker plaats vinden. Voor de vaststelling van de aard en
hoeveelheid der uit te leveren, resp. in het duplicaat-opslagbewijs te vermelden,
zaken geldt uitsluitend de desbetreffende administratie van het opslagbedrijf als
maatstaf. Van de nietigverklaring kan onmiddellijk daarna in de bovenbedoelde
bladen kennis worden gegeven. Door deze nietigverklaring heeft het oorspronkelijke
opslagbewijs haar waarde verloren en zijn alle verplichtingen voor het opslagbedrijf
voortvloeiende uit het oorspronkelijke opslagbewijs tenietgegaan.
47.4 Bij verzet door een derde wordt het verzoek niet ingewilligd, zolang niet uit een
rechterlijke gewijsde of andere definitief beslissende uitspraak of schikking is
gebleken, dat verzoeker rechthebbende is op de zaken.
47.5 Degene, die de afgifte van de zaken, vermeld in een duplicaat-opslagbewijs,
verkregen heeft, blijft garant voor alle aanspraken, welke eventueel ten laste van het
opslagbedrijf uit deze afgifte zouden kunnen voortvloeien. Het opslagbedrijf kan
terzake zekerheid verlangen.
47.6 Alle kosten in de ruimste zin, welke voor het opslagbedrijf ontstaan tengevolge van
het verzoek, komen ten laste van de verzoeker. Het opslagbedrijf is gerechtigd
voorschot te verlangen alvorens het verzoek in behandeling te nemen.
Artikel 48
Einde van de geldigheidsduur van het opslagbewijs
48.1 Indien na afloop van de geldigheidsduur van het opslagbewijs, het opslagbedrijf de
zaken niet langer in bewaring wenst te houden sommeert het de laatste aan het
opslagbedrijf bekende houder van het opslagbewijs om de zaken terug te nemen.
48.2 Indien deze niet binnen 14 dagen aan de sommatie voldoet of, zo hij niet meer in het
bezit van het vervallen opslagbewijs is, door hem niet binnen 14 dagen de houder
van het vervallen opslagbewijs wordt aangewezen en evenmin de houder van het
vervallen opslagbewijs zich binnen die termijn heeft aangemeld, is het opslagbedrijf
gerechtigd de zaken waarop het vervallen opslagbewijs betrekking heeft te verkopen.
48.3 Alvorens daartoe over te gaan maakt het opslagbedrijf zijn voornemen tot verkoop
van zaken waarvoor een vervallen opslagbewijs in omloop is bekend door twee
aankondigingen met tussenruimte van minstens 14 dagen te plaatsen telkens in ten
minste twee dagbladen, waarvan ten minste één verschijnt in de plaats waar het
opslagbedrijf gevestigd is, waarin alsnog de houder van het vervallen opslagbewijs
gemaand wordt zijn verplichtingen na te komen, resp. de eventuele verkrijgers van
het vervallen opslagbewijs gewaarschuwd worden.
© FENEX, 1995
Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de FENEX mogen deze voorwaarden niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of in enige vorm openbaar gemaakt.
23-23
48.4 Wanneer 14 dagen na de laatste aankondiging de houder van het opslagbewijs zich
niet heeft gemeld, resp. indien hij zich wel heeft gemeld en geen overeenstemming is
bereikt over de terugneming der zaken, heeft het opslagbedrijf vrijheid de zaken
onmiddellijk te verkopen.
De verkoop geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 29.
Artikel 49
Aanvang vervaltermijn
De verjarings- en vervaltermijn als bedoeld in artikel 30 begint in geval van algemeen verlies
met afloop van de dag, waarop het opslagbedrijf de laatste aan het opslagbedrijf bekende
houder van het opslagbewijs het verlies mededeelt of, indien deze niet meer in het bezit van
het opslagbewijs is en zich geen volgende houder van het opslagbewijs bij het opslagbedrijf
heeft gemeld een week na de aankondiging van het verlies in twee dagbladen, waarvan
tenminste één verschijnende in de plaats waar het opslagbedrijf gevestigd is.
Artikel 50
Toepasselijkheid van de bepalingen van dit hoofdstuk
50.1 De bepalingen van dit hoofdstuk gelden uitsluitend voor de rechtsverhouding tussen
het opslagbedrijf en de houder van het opslagbewijs als zodanig.
50.2 Op het moment, dat de houder van het opslagbewijs, om welke reden dan ook, het
opslagbewijs bij het opslagbedrijf inlevert houden de bepalingen van dit hoofdstuk op
van toepassing te zijn. Van dat moment af gelden de bepalingen van hoofdstuk I,
regelende de rechtsverhouding tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever, met
dien verstande, dat het opslagbedrijf alle rechten geldend kan maken die uit het
opslagbewijs blijken.
FENEX, Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek
PortCity II, Waalhaven Z.z. 19, 3e
etage, Havennummer 2235, 3089 JH Rotterdam
Postbus 54200, 3008 JE Rotterdam